Als een dodelijk vermoeide sherpa volgt hij het spoor van zijn lotgenoten die hem eerder deze ochtend zijn voorgegaan. Met gebogen hoofd en in zijn handen twee sporttassen nadert Nikola Samardzija het doel van zijn dagelijkse ochtendetappe, het koffiehuis van het Leger des Heils in de Mariastraat in Maastricht. Alleen zijn broodmagere lijf doet terugdenken aan de gevierde lange-afstandsloper die in de jaren negentig van de vorige eeuw mooie successen vierde.
Samardzija werd in zijn vaderland Kroatië kampioen op de tien kilometer, maar deed in Limburg vooral van zich spreken door in 1998 de eerste editie van de Mergeland Marathon te winnen in een tijd van 2.35 uur, een parcoursrecord dat acht jaar later nog altijd standhoudt. Hardlopen doet hij niet meer, Nikola Samardzija. Zelfs niet meer joggen voor zijn plezier. Kilometers maken doet hij nog wel. Al zwervend door Maastricht. Van het slaaphuis aan de Frontensingel, naar het koffiehonk in de Mariastraat. Van het koffiehonk naar Plein 1992 in de wijk Céramique, waar hij op een bankje raadselachtige bewegingen maakt met zijn handen.
Gebarentaal waarmee hij de stemmen in zijn hoofd van repliek lijkt te dienen. Voor hem de enige vorm van communicatie. Pogingen om Samardzija aan de praat te krijgen over de oorzaken van zijn treurige bestaan, hebben weinig kans van slagen, zo voorspelt groepsleider Ron van het koffiehonk. Ongeveer vijf maanden al komt de voormalige atleet bij hem over de vloer, maar al die tijd heeft hij geen woord gezegd. Zelfs een medewerker van de sociale dienst moest onverrichter zake vertrekken. Samardzija praat met niemand, is voor iedereen een groot mysterie. Zoals de groepsleider hem heeft beschreven, zo zit hij deze ochtend aan tafel tussen een kleine dertig andere daklozen.
Een eenzame tussen de eenzamen.
Of hij zich de dag nog kan herinneren waarop hij glorieerde in de Mergelland Marathon? Of hij beseft dat zijn tijd van 1998 nog door niemand is verbeterd? Of hij eigenlijk wel weet hoe goed hij toen was en hoe weinig daar van over is gebleven? Wat er met zijn leven is gebeurd dat hij zo ver is kunnen afglijden? Of hij er misschien over wil praten, sereen, volledig volgens zijn eigen spelregels? Al deze vragen laten Nikola Samardzija ogenschijnlijk onberoerd. Zijn ogen gefixeerd op het tafelblad lijkt hij van steen. 46 jaar oud is hij nu, maar getekend als hij is door het leven, oogt hij tien jaar ouder. Kalend voorhoofd, de grijzende haren in losse slierten over zijn nek gedrapeerd. Vroeger droeg hij zijn haar vaak in een staartje, zegt Jo Schoonbroodt. Van alle mensen die Samardzija in Nederland ooit heeft ontmoet, is niemand dieper tot hem doorgedrongen dan de 55-jarige marathonloper uit Maastricht. Schoonbroodt leerde Samardzija kennen tijdens die ene fameuze Mergelland Marathon. Toen ze een tijdje samen op kop liepen, probeerde hij zijn onbekende concurrent tot een gesprek te verleiden. „Maar Nikola wilde niet praten. Hij was enorm geconcentreerd. Na de wedstrijd heb ik opnieuw contact gezocht. Dat ging moeizaam. Nikola sprak best goed Nederlands, maar ik voelde dat hij niet het achterste van zijn tong liet zien. Toch wilde ik hem beter leren kennen, vroeg of hij met mij wilde trainen. Dat wilde hij wel.”
Het beeld dat Schoonbroodt had van zijn nieuwe Kroatische trainingsmaat werd elke week een beetje scherper. Mondjesmaat kwamen de verhalen. In gewetensnood gebracht door de Joegoslavische oorlog ontvlucht Samardzija zijn geboorteland in 1993. Hij kan er niet mee leven dat hij als geboren Serviër onder de wapens wordt geroepen door het Servische leger om te vechten tegen zijn Kroatische familie en vrienden. Het is het breekpunt in zijn leven. In Nederland verblijft hij een tijdje in asielzoekerscentra in Den Bosch en Spaubeek, waarna hij in 1996 een verblijfsvergunning krijgt toegewezen. Hij vindt een baan als elektrotechnicus bij een Heerlens bedrijf en huurt een huisje in de Maastrichtse wijk Heer, waar ook Schoonbroodt woont. Het zijn de grove kaders waar zijn Nederlandse kennissenkring het mee moet doen.
Toch heeft Schoonbroodt altijd geweten dat zich achter die dichtgemetselde façade een fijngevoelige, intelligente en in alle opzichten interessante man schuilhoudt. Anekdotes heeft hij genoeg. De ene nog verbazingwekkender dan de andere. Zo reed Samardzija daags na zijn zege in de Mergelland Marathon met zijn fiets over het parcours om alle sponzen op te rapen die de atleten hadden weggegooid. Toen zijn rugzakje vol was, leverde hij de opbrengst braaf in bij de organisatie.
Ook nooit vergeten zal hij de ochtend waarop hij in zijn brievenbus een briefje vond met een handgeschreven tekst van Samardzija. „Een gedicht over de schoonheid van het hardlopen. Geschreven in een prachtig handschrift. Typisch Nikola, een héél aparte jongen. Toen ik hem pas kende, ging hij geregeld met de trein naar Den Haag om de debatten in de Tweede Kamer te volgen”, zegt Schoonbroodt. Weemoedig denkt hij terug aan de tijd dat hij en zijn vrouw met Kerstmis de tafel dekten voor hun eenzame gast. Het contact met Samardzija werd echter steeds moeizamer, de stiltes tijdens de gesprekken steeds pijnlijker. Zelfs samen trainen was er op een gegeven moment niet meer bij. Nog één keertje heeft Schoonbroodt hem gezien. Een paar maanden geleden, in de buurt van het station. De kans om even bij te kletsen kreeg hij niet. „Nikola herkende me, keek even, maar liep daarna meteen door. Het is doodjammer dat het met die jongen zo is gelopen. Soms verwijt ik mezelf dat ik niet nog meer tijd in hem heb geïnvesteerd. Aan de andere kant: ik ben geen maatschappelijk werker. Ik weet niet hoe ik hem had kunnen helpen. Ik vermoed dat Nikola een trauma heeft overgehouden aan de oorlog.”
Niemand die precies weet hoe Samardzija in het zwerversmilieu is terechtgekomen. Zelfs bij het Leger des Heils is hij een onbeschreven blad. „Plots stond hij hier, maar vraag me niet waarom en hoe. Niemand die het weet”, zegt groepsleider Ron. Terwijl hij koffie schenkt voor de andere klanten, glijdt zijn blik naar de man die aan een tafeltje druk in de weer is met zijn handen. Nikola Samardzija, nog altijd parcoursrecordhouder van de Mergelland Marathon. Het is bijna onvoorstelbaar dat deze man op de Markt van Meerssen van pure blijdschap ooit de kasseien heeft gekust. Het is even onvoorstelbaar dat deze man ooit gesproken heeft. „Lopen helpt me om de pijn van de oorlog in voormalig Joegoslavië te verwerken”, zei de in Karlovac opgegroeide atleet na zijn zege in de Mergelland Marathon.
Nu lopen niet langer een medicijn is, resteren alleen nog de getuigenissen van bekenden.
Van Ron van der Sluijs bijvoorbeeld, zaakvoerder van ‘Ron for Run’, de gespecialiseerde schoenenzaak in Maastricht waar Samardzija ooit kind aan huis was. „Nikola was een heel aparte. Hij is de enige klant die ooit zijn eigen weegschaal heeft meegenomen. Hij wilde per se de allerlichtste schoenen om zo snel mogelijk te kunnen lopen.”
Van collega-atleet Patrick Heubel, tevens schoenmaker in Maastricht: „Nikola had niet veel geld te besteden, daarom moest ik zijn kapotte hardloopschoenen altijd repareren. Je wilt niet weten wat ik soms in mijn handen heb gekregen, zó slecht. Maar Nikola kon zich niks anders permitteren.”
Van Jo Schoonbroodt: „Nikola had heel aparte trainingsmethodes. In het Savelsbos sprong hij voortdurend over boomstammen.”
Hoe het nu verder met hem moet? Of Nikola Samardzija nog ooit zal terugkeren naar zijn vaderland? Hoe hij zijn leven op orde denkt te kunnen krijgen? Of hij nog ooit de hardloopschoenen zal aantrekken om net zoals op die ene zondag in 1998 iedereen te verbazen met zijn krachtige tred?
Het antwoord van Nikola Samardzija, uitgesproken in de Mariastraat, is kort, maar krachtig. „Laat me met rust.”