De 56-jarige Jo Schoonbroodt, alias de grijze Keniaan, finishte zondag als zevende en beste Nederlander in de Midwintermarathon in Apeldoorn.
Als een man van 56 jaar als eerste Nederlander finisht (2:44:21) in een gerespecteerde
marathon als die van Apeldoorn dan zegt dat veel over die man van 56 jaar. Maar
zegt het tegelijkertijd ook niet veel over het niveau van de Nederlandse
wegatletiek?
„Het niveau op de marathon is in Nederland inderdaad niet geweldig. Steeds meer
mensen gaan hardlopen, maar dan niet prestatiegericht. Dat is mijn geluk. Aan de
andere kant liet ik in Apeldoorn wel de volledige Nederlandse ultraloopselectie
achter me. Dan heb je het niet slecht gedaan.”
De beloning zal navenant zijn geweest. Een zevende plek in een marathon, dat
moet je een flinke premie hebben opgeleverd?
„De winnaar, een Pool, kreeg iets meer dan zeshonderd euro. Ik moest het doen
met 25 euro en dan was ik ook nog winnaar in mijn eigen categorie +50 jaar.
Geeft niks. Ik loop voor mijn plezier, niet voor het geld. Dat is ook de reden
waarom ik de Midwintermarathon heb gelopen. Schitterende omgeving, de Veluwe. Al
was het door de regen en de wind een loodzware wedstrijd. Ik heb zelden zo
verlangd naar een warme douche.”
Voor en achter jou liepen louter atleten uit het voormalige Oostblok. Niet
meteen een gezelschap waarmee je onderweg een boom opzet over de
klimaatverandering of zo.
„Ik maak altijd graag een praatje, maar dat zat er dit keer niet in. Ik liep een
tijd in het groepje met de eerste vrouw, een Poolse. Zij werd voortdurend
opgejaagd door een begeleider op de fiets. Het moest alleen maar harder, harder
en harder. Een parcoursrecord zat er allang niet meer in, maar die kerel bleef
maar schreeuwen als een slavendrijver.”
Jij lapt al jaren alle ongeschreven atletiekwetten aan je laars. In plaats van
twee marathons loop jij er zeven, acht per jaar. En dan ook nog eens in
respectabele tijden van 2.45 uur of daaromtrent. Waar blijf jij de energie
vandaan halen?
„Ik train al jaren in mijn eentje. Daardoor heb ik waarschijnlijk veel beter
naar mijn lichaam leren luisteren dan atleten die alleen doen wat hun trainer
voorschrijft. Zo loop ik vandaag (gisteren, red.) gewoon van mijn werk in Geleen
naar Maastricht. Net na een marathon moet je zo snel mogelijk de afvalstoffen
uit je lijf lopen. Rust roest zeg ik altijd. Alles went, ook een marathon.”
Als het onderweg even niet wil vlotten, grijp jij altijd terug naar een
Maggiblokje. Door jou inmiddels omgedoopt tot een magieblokje. Heb je ook in
Apeldoorn gebruikt?
„Zeker. Je drinkt onderweg al zoveel zoetigheid dat je lichaam bijna smeekt om
iets anders. Let wel: stop nooit een volledig Maggi-blokje tegelijk in je mond.
Dat spul smaakt zo smerig dat je er slechts heel kleine brokjes van kunt nemen.
Maar het helpt wel. Ook andere atleten die ermee experimenteren zijn
enthousiast.”
Voorlopig sta je op de ranglijst van 2007 helemaal bovenaan. Vóór toppers als
Kamiel Maase, Luc Krotwaar en Sander Schutgens. Een droom die uitkomt?
„Ik voel me vereerd, maar als straks de echt grote marathons eraan komen, ben ik
die eerste plaats snel kwijt.”
PATRICK DELAIT