Home
Wedstrijdverslagen
Wedstrijduitslagen
Wedstrijdkalender
Persoonlijke Records
Trainingtotalen
Mail Me

Jogger Jo in HFST 10 uit het boek Runner's High - Tim van der Veer
Een avontuurlijk onderzoek
naar de vraag
waarom wij hardlopen
Korte inhoud: Waarom
staan er elk jaar meer dan 45.000 lopers aan de start van de New York Marathon?
42,195 kilometer hardlopen bezorgt een pijn waarvoor barende
vrouwen een ruggenprik kunnen krijgen. Het lichaam wordt zo ernstig beschadigd
dat velen de volgende ochtend de trap niet af kunnen.
Toch stralen de
lopers in de startvakken van blijde verwachting, en Tim van der Veer is een van
hen. Hij ontdekte het hardlopen op tiende, liep vijftien marathons, tientallen
wedstrijden en vele duizenden trainingen en staat nog steeds niet stil.
Hardlopen lijkt voor hem geen hobby maar een eerste levensbehoefte. Terwijl
collega‘s in de rij staan bij de kantine, sluipt hij het kantoorgebouw uit in
een strakke maillot. Op weg naar familiebezoekjes laat hij zich voor aankomst
uit de auto zetten om de laatste 20 km te voet af te leggen.
‘Kijk in de
spiegel, je bent verslaafd,‘ zegt zijn zwager, een nuchtere fysiotherapeut.
‘Over een paar jaar betaal je daarvoor de tol.‘
Tim van der Veer weigert hem
te geloven en besluit dat je van hardlopen niet doodgaat, wel van nuchterheid.
En zoals het een junkie betaamt, gaat Tim op zoek naar meer betekenis.
Als een rode draad door dit boek loopt het verblijf van Tim van der Veer in de
Himalaya en de vriendschap die hij sluit met twee buitengewoon sterke (maar
onervaren) Nepalese hardlopers. Samen bedwingen ze de onherbergzame uitlopers
van de Annapurna, wisselen ze ervaringen uit en delen ze hun passie voor het
lopen. Maar ook trainen ze voor een wedstrijd. Een wedstrijd die de mannen
uit Nepal, waar totaal geen hardloopcultuur bestaat, past. Een wedstrijd van 78
kilometer, op 2500 meter hoogte: de Swiss Alpina Marathon. Voor de Nepalezen is
het hun allereerste buitenlandse avontuur.
Runner‘s high is een groot
loopavontuur en een anekdotisch onderzoek naar de universele waarden van de
hardlopende mens, waarbij de tussenstand opgemaakt wordt op neutraal terrein,
Zwitserland: voor altijd runner‘s high of is het tijd om oud en dik te worden?
Runner‘s high is een filosofisch maar lichtvoetig hardloopboek in de vorm
van een avontuurlijke reis. Tim van der Veer onderzoekt in dit boek op vele
manieren de vraag die iedereen bezig houdt die hardloopt: waarom doe ik die
eigenlijk?
Tim van der Veer (geboren in 1969) werkt als brand manager bij
Oxfam International. Daarnaast is hij columnist en freelance medewerker voor
Runner‘s World.
Auteur: Tim van der Veer Paperback
172 pagina's Prijs: € 18,95
Zie voor de boek
bestelling
ISBN: 9789029585002
(Klik hier)
Boek presentatie, Runner’s High Midzomernacht, 20-jun-2012 te Amsterdam
www.runnersweb.nl/Runners-World/Literaire-avond.htm
Hfst
10 - De Grijze Keniaan
“Neem een week vrij”, mailt Rob Cousins wanneer ik terug ben
in Nederland.
Graag. Na een zware week trainen in Pokhara, met als
hoogtepunt een tocht van vier uur door de bergen rondom het Phewa-meer, heb ik
twee dagen gedoold door Kathmandu. Van de Koninklijke paleizen op het Durbar-plein
naar het Hindoeďstische heiligdom Pashupatinath, en de Boedhistische tempels van
Swayambunath en Boudhanath. Ik heb me laten voeden met het verhaal over een
wijze monnik, die het magische licht uit een lotusbloem afdekte met een stenen
plaat omdat hij de huidige donkere tijden zag aankomen. Ik heb overledenen zien
branden en het verkoolde overschot de heilige Bagmati-rivier in zien storten,
terwijl schaars geklede Sadhu’s zich insmeerden met het as. Ik heb het paleis
bezocht van de Kumari, een jong Boeddhistisch meisje dat wordt aanbeden als de
reďncarnatie van Taleju, een manifestatie van de Hindoestaanse Godin Durga, die
lang geleden dobbelde met een Malla-koning tot ze ruzie kregen. En ik heb al
deze belevenissen verwerkt volgens goed Westers gebruik: met een WC-rol en
Imodium. Mijn lichaam is bezweken. En hoewel ik inmiddels ben teruggekeerd
in de veiligheid van mijn eigen huis, bed en toilet, wiebelt mijn hoofd na op
mijn schouders.
Een week vrij. Tegen beter weten in, loop ik een weektotaal
van veertig kilometer, inclusief twee straffe heuveltrainingen. Voor mijn doen,
een kalme week. De temperatuur is inmiddels tot Nepalese hoogte gestegen: 35
graden. Door de trainingen in de Himalaya kan ik er redelijk tegen, maar wanneer
Rob meldt dat het tijd is voor de langste duurloop, word ik zenuwachtig.

“Hoe lang?”, tik ik op Skype.
“Zes uur. Liefst met wat bergen erin.”
Lieve hemel, zes uur, het staat er echt.
“Dat red ik nooit. Zeker niet met
deze hitte”, schrijf ik terug.
“Ach, dat kun je makkelijk. Gewoon vroeg
beginnen.”
Vroeg beginnen? Niet weer een ochtendloop. Om mezelf te motiveren
besluit ik contact op te nemen met een uitzonderlijke hardloper:
Jo Schoonbroodt.
Via internet heb ik ontdekt dat Jo in het voorjaar een ultraloop rond Pokhara
heeft volbracht, de Annapurna72. De Annapurna72 voert deels over dezelfde route
als de tocht die ik met Sudip en Bed heb gedaan, alleen is de Annapurna72
tweeënhalf keer zo ver en stijgt tot boven drie kilometer hoogte. Geen
eenvoudige opgave. Helemaal niet voor een opa die dit jaar zestig jaar wordt.
Jo Schoonbroodt is geboren op 11 september 1950 in Borgharen, een
boerendorpje vlak boven Maastricht. Bij zijn geboorte was hij er slecht aan toe.
Zo slecht dat de pastoor Jo’s ouders adviseerde om niet te bidden voor zijn
herstel maar voor zijn overlijden. Niemand bevroedde hoe Jo de schade op latere
leeftijd zou inhalen. Als jongetje bleef hij echter aan de fragiele kant. Toen
hij zes was en er gezinsuitbreiding op komst was, werd hij naar de Franciscaner
nonnen gebracht in het Kloosterinternaat Overbunde. Bleekneusjes uit de wijde
omgeving werden erheen gestuurd om aan te sterken.
“Grote borden
griesmeelpap kregen we. Tussen het kerkbezoek door maakten wandelingen. Er was
ook een ruimte met een soort hoogtezon, waar we moesten bijbruinen. Maar
Overbunde was geen voorloper van de moderne Spa. Geen Spa maar Spartaans. Wie
niet luisterde, werd stevig gestraft. Toen ik na zes weken eindelijk weer thuis
was, had ik er een broertje bij.”
Als oudste zoon in een Katholiek
mijnwerkersgezin genoot Jo een prettige, beschermde jeugd. Sport speelde geen
belangrijke rol. Er was een voetbalclub, maar de afhankelijkheid van wisselend
gemotiveerde teamgenoten beviel Jo niet. Toen hij elf was kocht hij een fiets.
Geďnspireerd door Peter Post, koos Jo voor een fiets van het Nederlandse merk
RIH. Wanneer op zondag de amateurploeg door Borgharen kwam, racete Jo
erachteraan.
De fiets werd al snel vervangen door een brommer, een originele
Hasj Puch. Midden jaren zestig, de wereld openbaarde zich. Maastricht moest
verkend worden, met lange haren en een baard. In november 1966 arriveerden de
Provo-beweging in Zuid Limburg, waar Kasteel Borgharen onderdak bood aan de
Klaas Konsilie. Drie dagen lang was Borgharen het Magies Sentrum van Nederland
en omstreken. Jo schilderde prompt zijn fiets wit maar stelde hem niet
beschikbaar voor algemeen gebruik.
Jo beleefde zijn wilde jaren. Hij bezocht
veel festivals. Zo was hij in 1969 bij de voorloper van Lowlands in de
Margriethal te Utrecht. Een achttien uur durend evenement met experimenteel
theater, dans, wierook, dichters, films, bodypainting en vloeistofdia’s. Pink
Floyd, The Golden Earrings en Cuby and the Blizzards traden op.
Jimi Hendrix
liet het afweten, waardoor de vele, teleurgestelde fans, die zelfs buiten
stonden te wachten in de kou, zich uitleefden in een sneeuwbalgevecht met de
Mobiele Eenheid.
In die tijd ontmoette Jo zijn vrouw Jenny en in 1976 werd
hun dochter geboren. Dat betekende huisje, boompje, beestje. Maar niet voor lang,
want al snel arriveerde er een nieuwe collega uit Engeland bij Jo’s werkgever
DSM.
“Colin Spratling. Hij arriveerde in een MG waarvan hij het dak in alle
seizoenen openhield. In de achterbak zaten een stereo-installatie en een
eindeloze verzameling LP’s. Al snel kregen we veel contact. Biertje, whisky,
muziek.”
Colin loodste Jo niet alleen door de muziek maar ook terug naar de
sport. Ze gingen squashen. Erg sportief ging het er niet aan toe. Eerste helft,
biertje, tweede helft, biertje, nog een biertje. Afijn, ze sportten als de
geliefde muziek: Rock & Roll. Midden jaren tachtig constateerde de dokter bij Jo
een te hoog cholesterolgehalte. Meer bewegen of anders eten, was het
oordeel. Als echte Bourgondiër was het voor Jo uitgesloten om anders te gaan
eten. Samen met een vriend, Math Korpershoek, begon Jo op 1 januari 1986,
zesendertig jaar oud, met hardlopen.
“Heel voorzichtig liepen we rondjes op
de grasvelden en om de oude sintelbaan van Sportclub Jekerdal. Ik kreeg al snel
de smaak te pakken en ging drie keer per week trainen.”
Zijn eerste wedstrijd
was de Telematica Loop in Heerlen waar hij de kwart marathon, 10,5 kilometer, in
40.30 minuten liep. Een verdienstelijke tijd maar nog maar het begin van een
indrukwekkende carričre als hardloper. Als Jogger Jo, om precies te zijn, want
Jo staat bekend onder zijn pseudoniem Jogger Jo of de Grijze Keniaan. Jogger Jo
doet zijn naam echter geen eer aan. Wie de marathon in 2.41 loopt op 54 jarige
leeftijd, jogt niet. 34.35 op de 10 kilometer, 1.14.57 op de halve marathon.
Bovendien is Jo wereldrecordhouder op de zes uur voor mannen 55 en 60 plus. In zes uur
tijd volbracht hij maar liefst 78,89 kilometer.
“Achteraf gezien had ik
topsporter moeten worden, maar ik heb geen spijt van mijn late start. Ik heb
weinig last van slijtage en kan misschien daardoor nog zo goed presteren.
Natuurlijk, er is verval. De snelheid wordt minder. Het ligt voor de hand om
naar de lange afstanden te verschuiven.”
Wat zou hij bedoelen? Is 78
kilometer in zes uur niet lang genoeg? Zeker is dat we van Jo nog veel kunnen
verwachten. Wanneer hij in 2012 met pensioen hoopt te gaan, zal hij zich nog
meer op de sport storten. De vraag is wel, hoe lang nog?
“Wat als het niet
meer gaat? Voor mij zou de mooiste dood tijdens het hardlopen zijn. Het is
moeilijk te verklaren waarom hardlopen zo’n aantrekkingskracht heeft. Ik hou
ervan om mijn grenzen te verkennen, om de spanning van een wedstrijd te voelen,
maar het grootste effect van het hardlopen is de geestelijke ontspanning.
Gezondheid en vrijheid, dat zijn waarden die het lopen mooi maken.”
Vier juli 2010. Door een hevige onweerstorm hangt er een grijze nevel boven het
dal van Trois Ponts. Alles beter dan de hitte van de afgelopen weken. Jo staat
klaar bij zijn chalet hoog in de Ardenner bossen. Trailschoenen, heupflesjes,
fruitrepen, zonnebril. Een druk op het hardloophorloge, piep, we gaan. Ik heb
een slechte nacht gehad in een gehuurde caravan op een afgetakelde, Waalse
camping, maar mijn humeur knapt direct op wanneer we direct over een prachtig
bospad een steile afdaling inzetten. Jo heeft een klein efficiënt pasje en
spreekt met een zangerig Limburgs accent. Ik moet de neiging onderdrukken om hem
na te doen. Hij praat honderd uit, wat een prettig vooruitzicht biedt op de vele
kilometers die we van plan zijn samen in de verlaten bossen door te brengen. Jo
vertelt over zijn avonturen in Nepal.
Op de dag van vertrek naar
Kathmandu had Jo de Venlo Halve Marathon gelopen in 1.21 uur. Snel naar huis om
de koffer op te pikken en door naar Schiphol. De volgende dag arriveerde hij in
Hotel Summit, dat wordt gerund door de Nederlandse ultraloper Roger Henke. Roger
verleidde Jo om hardlopend Kathmandu te verkennen: 32 kilometer door de stinkend
hete stad. En of dat nog niet genoeg was, liepen Roger en Jo de dag daarop nog
eens dertig kilometer door het nabijgelegen Shivapuri Nagarjun National Park.
‘Om wat hoogtemeters te pakken’, had Roger gezegd. Dag drie in Nepal bestond uit
een zes uur durende autorit naar Pokhara, waar op dag vier de start van de
Annapurna72 plaatsvond.
“Heb je wel eens van taperen gehoord, Jo?”
“Het
ging dan ook niet van een leien dakje. Toen ik na 51 kilometer in 11 uur aankwam
op Poonhill, 3210 meter hoog, was ik stuk. Mijn hart bonkte en hoofdpijn
verwarde me. Er stond een ijskoude wind en de temperatuur daalde tot onder de 5
graden. Ik wilde stoppen. Op dat moment had ik al ruim 3500 klimmeters en
tienduizend stenen traptreden achter de rug. Het was 17:30 uur, de avond viel en
alleen het pad 20 kilometer afdalen in het donker zag ik niet zitten. Toen ik
naar mijn mogelijkheden informeerde, moest ik ontnuchterend vernemen dat hier
geen vervoer mogelijk was en ik enkel op eigen kracht naar beneden kon.”
Toen
verscheen Rob Cousins. Als zeer ervaren ultraloper en overlevingsexpert, was Rob
ingeschakeld als ‘bezemwagen’. Met een rode lantaarn aan zijn rugzak doemde hij
op. Rob en Jo besloten eerst eens een goed te eten. Daarna daalden ze langzaam
af naar de finish. Jo, die wankelde op zijn benen, werd veilig ingeklemd tussen
Rob en een behulpzame Nepalees. Stapje voor stapje.
“Om 5 minuten voor
middernacht was daar de alles verlossende finish. Na 17,5 uur mocht ik
emotioneel op de schouders van Roger Henke rusten. Wat een geweldig gevoel dat
het me toch gelukt was, terwijl ik 6 uur eerder het bijltje erbij neer had
willen gooien. Het bewijs dat we tot meer in staat zijn dan we denken.”
Jo en ik lopen door druipende naaldbossen. Na een paar kilometer komen we bij
een stuwmeer. De spaarbekkencentrale van Coo-Trois-Points, maar het komt mij
voor als Alcatraz. De nevel hangt laag over volmaakt stil, zwart water, omringd
door een hoog hek met prikkeldraad. Elk moment kan uit de grauwe wolken het
spervuur op ons, de voortvluchtigen, worden geopend. We draven door.
Bergafwaarts naar de oevers van de Amblčve. Ik loop soepel maar moet opletten
mijn wandel- en eetpauzes te nemen. Rob had me van tevoren gewaarschuwd: Jo is
niet te stuiten.
Terwijl we de Amblčve volgen, trekt de nevel op. De rivier
glinstert in de zon. Plotseling staan we midden in Plopsaland. Reusachtige,
plastieken uitvoeringen van Kabouter Plop en Mega Mindy staren ons aan. Jo voert
me naar de rivierbedding, waar we een foto van onszelf nemen voor de even
bekende als saaie waterval van Coo. Weer verder, steil omhoog naar de
uitkijkpost waar normale mensen via een kabelbaan naartoe gaan. Mijn kuiten
mopperen maar ze houden stand. Het pad gaat verder het bos in, maar na een paar
kilometer vervaagt het en zigzaggen we tussen de bomen door, springend over
takken en struiken.
“Jo, ik neem aan dat jij nog weet waar we zijn?”
“Geen
idee, maar ik vind het geweldig.”, roept Jo, “Dit heb ik als kind altijd al
willen doen!”
De onafhankelijkheid van anderen, het ontstijgen van malende
gedachten, het kiezen voor een eigen richting, letterlijk van het gebaande pad
afwijken. Het is niet verbazend dat Jo, opgegroeid in de jaren zestig, hardlopen
verbindt met vrijheid. Verdwaald in een geurend naaldbos waar de ochtendzon met
rokende stralen de mosgrond in de spotlights zet, is er niets tegenin te brengen.
Na ongeveer twee uur en 22 kilometer komen we terug bij Jo’s chalet. We ploffen
in de tuinstoelen en drinken een bak koffie. Waarom niet, ik heb nog een vier
uur te gaan. Na tien minuten vertrekken we weer, nog verder omhoog. Ik voel de
vermoeidheid van de slechte nacht. Mijn hoofd wiebelt, maar mijn benen draaien
gelukkig moeiteloos door.
“Ik zit even in een dipje, Jo.”
“Geeft niet, ik
ook.”, zegt Jo, “Gewoon doorlopen, verdwijnt vanzelf.”
Zie voor de rest .............van Hfst10 het boek Runner's High van Tim van der Veer
ISBN: 9789029585002
(Klik hier)
Tim van der Veer
Jogger Jo Schoonbroodt
De Grijze Keniaan