Pierrelongue, Drome, France
Vakantie 2000 (Mijn verhaal staat ook in het boek De Kale Berg op en over de Mont Ventoux www.dekaleberg.nl isbn 90-6005-288-9)
Na jaren praten stond de beklimming van de Mont Ventoux in het zuiden van Frankrijk als uitdaging op het Jogger Jo running programma.
De 1915 m hoge puist in de Provence is berucht om zijn extreme weersomstandigheden (harde wind en hoge temperatuur) en beroemd door zijn Tour de France doorkomsten. Tijdens de laatste km's boven de boomgrens is er geen beschutting en ziet het eruit als een waar maanlandschap met een radiotoren in de vorm van een raket als markering voor het hoogste punt. Onze buren Henk & Jac op camping Les Castors (De Bevers) te Pierrelongue in de Drome zijn fanatieke fietsers en doen vandaag de de Mont Ventoux via Malaucène. De vrouwen (Ellie, Jopie & Jenny) rijden me met de auto naar Malaucène aan de voet van de berg waar om 9:00 uur het uur van de waarheid begint. Er wordt nog een foto genomen bij een routeaanwijzer waarbij ik mijn hand tekort bij een wespennest houdt met een wespensteek als gevolg. Dit is het begin schot voor mijn gevecht met de berg waar de top 21km verder op 1915m hoogte ligt. Het startpunt in Malaucène bevindt zich op 330 m hoogte dus er zijn nog "slechts" 1579 hoogte meters te klimmen (gem. stijging 7,67%). Een prognose voor de te lopen eindtijd is moeilijk te maken omdat ik nog niemand gesproken heb die de Ventoux gelopen heeft. Van getrainde fietsers hoor ik tijden van 1:35 - 2:00 uur die ze nodig hebben voor deze col. Waar fietsers uitgebreid over versnellingen praten (Quelques braquets ? Koblet 45*22 - Bobet 46*24 - Gimondi 43*23 - Polidor 42*20) kies ik voor de pantoffels met de minste modder en begin te lopen. Ik ga voor mezelf uit van een looptijd van 2:30 uur dat is 8,8km/u of 7 minuten per km. De route naar boven wordt elke km gemarkeerd met een paal waar afstand en hoogte op staan. De eerste km gaat in minder dan 6 minuten (10km/u) en ik haal op het steile stuk al een fietser in. Mijn supporters in de auto scheuren voorbij en wensen me veel succes. Ik heb het hoogteprofiel vooraf bestudeerd en weet waar het extra zwaar wordt. Van km 2 naar km 3 gaat het 100m omhoog en bij een stijgingspercentage van 10% zijn weer diverse slingerende fietsers een prooi voor me. Een Fransman op de fiets uit Avignon die aan het trainen is voor Europa's zwaarste triatlon, de Ironman van Embrun met de col Izoard als toetje, waarschuwt me voor de steile stukken op het einde en blijft bij me fietsen. De vrouwen in de auto stoppen bij de verschillende Belvedères (uitzichtpunten) en ik verneem de achterstand (10min) waarmee Jac en Henk aan hun fietsklim zijn begonnen. Met mijn bidon water kom ik een heel eind (5km in 0:25 uur) ondanks de nadorst van de Vin rouge (cotes du Ventoux) van gisterenavond. De zon begint zijn werk te doen, de temperatuur loopt op en de bomen worden kleiner (10km in 0:51 uur). Ik heb nu 700m geklommen en de volgende 4 km zijn het steilste >10%. De fietsers voor me zwalken over de weg en ik ben de tel kwijt van het aantal ingehaalde cyclisten. Het water uit de bidon wordt nu ook gebruikt om me uitwendig te koelen. Mijn Franse maatje blijft bij me in de buurt en geeft me een tube met energiesap voor de laatste km's. Op de parking van het skidorp Mont Serein (1432m) staat Jenny met koel water om mijn bidon opnieuw te vullen (15km in 1:22 uur). Er zitten nu 1100 klimmeters in de benen en ik kan de vijand (top) 440m hoger zien liggen. De fietsende Jac en Henk zijn me tot op 5 minuten genaderd en ik krijg veel aanmoedigingen uit passerende auto's.
De Fransoos is omgedraaid en mijn gevecht met de berg gaat nu echt beginnen. Met steeds weer een fietser als richtpunt gaat het via haarspeldbochten met bijna 10% omhoog. Mijn km tijden zitten nu rond de 6 minuten en ik begin aan een eindtijd van ca. 2 uur te denken. Er is op deze hoogte geen sprietje groen en de weg gaat tussen de stenenmassa (schuine woestijn) zigzaggend omhoog. Het uitzicht is dubbel adembenemend en bij km 20 (1:52 uur) zie ik mijn fietsende camping buren 2 haarspeld bochten lager aankomen. We roepen over en weer wat aanmoedigingen en ik realiseer me dat ik zelfs binnen de 2uur op de top kan komen. Bij de laatste bocht staan mijn supporters me op te wachten en wordt er nog gestopt voor een foto. De laatste 100 meter naar de finishstreep op de Ventoux loop ik luid aangemoedigd in een roes naar boven.
Waar Tom Simson (+13-7-1967) helaas de beklimming niet overleefde kan ik zeggen:
Jogger Jo just did it.
Terug naar de top van de Mont Ventoux, maar nu om de zonsopkomst te bekijken.
Volgens alle informatie die we hebben zal de zon zich vanaf 6:25 uur weer in de Provence laten zien. Dat wordt midden in de nacht opstaan en om 4:45 uur verlaten we met de auto in het donker de camping richting Malaucène. Om 5:45 uur staan we met een dertigtal vroege vogels op de top van de Mont Ventoux. We drinken koffie en eten pannenkoek in afwachting van wat gaat komen. Het is een heldere nacht met een prachtige sterrenhemel (geen kunstlicht in de buurt). De dageraad begint in het oosten (richting Gap) en langzaam wint de zon van de maan. De rode gloed wordt steeds sterker en de contouren van de Alpenreuzen zijn nu goed zichtbaar. Met een flits worden we door de eerste zonnestraal begroet. De warmte van het nieuwe licht hier op de top is gelijk voelbaar door onze dikke kleren. De dalen onder ons bevinden zich nog in de nacht. De wereld komt langzaam tot leven en we dalen af naar Malaucène waar we (Jac-Ellie-Jo) aan de voet van de berg onze loopspullen aantrekken om de resterende 15km naar de camping in Pierrelongue terug te lopen.
Een Frans spreekwoord in de Provence zegt:
Het is niet gek om de Mont Ventoux te beklimmen.
Je bent "gek" als je nog eens terugkeert naar de Mont Ventoux.
Zelf denk ik dat je pas gek bent als je NIET terugkeert naar de Mont Ventoux en in 2008 deed ik het kunstje nog eens. Vanaf camping Le Gessy te Verclause in de Drome was de verleiding natuurlijk erg groot om de Kale Puist nog eens te bewingen. Samen met Lucie van Gastel (Maastricht), Raymond Schepers (Nuth) en Ger Cruts (Beek) gingen we vanuit Malaucene op 8-jul-2008 de 21k uitdaging aan.
Klik hier voor het Running the Mont Ventoux verslag 2008
Jogger Jo Schoonbroodt
Maastricht
Homepage: www.jogger.tk
Mont Ventoux links:
http://www.vrtour.nl/montventoux 360gr panorama’s Mont Ventoux door Harry Anders.
Ik ben Erik Moermans, ik heb je al vaker getroffen op loopwedstrijden in Maastricht. Ik loop eigenlijk voor mijn hobby, maar zoals je weet gaat dit over tot verslaving. Ik probeer 3 tot 4 maal per week te lopen, daar mijn vrouw werkt in het A.Z.M. kan ik erg onregelmatig lopen, mijn gem tijd per km is 14km per uur. Ik mail je om mijn bevindingen te melden van mijn beklimming van de Ventoux.
Ik ben afgelopen jaar, dus juli 2002 in frankrijk geweest, en heb de Ventoux ook beklommen. Ik heb gedurende de vakantie van drie weken de eerste twee weken om de twee dagen getraind, liep ongeveer 18 km. Toen de wielrenners er geweest waren en de dag ervoor de Ventoux beklommen hadden ben ik de dag erna de berg opgerend. Maar tot mijn grote teleurstelling ben ik op 15 km moeten stoppen, daar ik s'morgens te laat was begonnen met de beklimming. Ik begon pas 8.30 uur met klimmen. En er was nog een groot min punt, alle afdalende auto's kwamen me tegemoet tijdens mijn beklimming. Ik werd dus bedwelmt van de uitlaatgassen, en de temperatuur was om deze tijd al veel te hoog, om deze enorme inspanning te voltooien.Met vriendelijke sportgroeten Erik Moermans
Twee jaar geleden ook de Mont Ventoux opgelopen tijdens de vakantie. Mijn vrouw had er van te voren nachtmerries van. Onder protest mocht ik naar boven vanaf drie km vanaf Bedoin. Temp. 38 graden, veel drinken mee en lopen maar. Wat een prachtige kick. Vooral de laatste vijf km. Ik voelde me op het laatst zo sterk. Heel apart. Zal me altijd bijblijven. Leuke reacties onderweg en haalde een paar fietsers in. Werd boven opgewacht door trotse dochters en opgeluchte vrouw. En een eindtijd van 2.06, maar dat gevoel was niet te meten.
Ron de Vos
Augustus 2004
Hallo Jo,
Ik heb de stoute schoenen aangetrokken en de Mont Ventoux beklommen vanaf
Bedoin Het was beneden 30 graden er stond redelijk wat wind. Geweldig. Ondanks
dat ik het voor mijn gevoel rustig heb aangedaan, ben ik een half uur na
aankomst goed misselijk geworden. Na een uurtje kotsen was al het leed weer
geleden.
Ans stond onderweg driemaal met water. (Er stonden trouwens veel mensen in het
bos met water, aanmoedigingen enz.). Een keer moeten plassen en een foto van een
Belgische wielertoerist moeten maken. Na 2:04:08 boven, zuivere looptijd. Met
oponthoud zal dat zo'n 2:10 zijn geweest. De foto is de laatst bocht voor de
"finish".
groeten Paul Koeijmans - Maastricht
Mei 2003: Geen mistral maar Passaat op de Mont Ventoux
Die avond, het is de eerste mei buigen we ons onder het genot van een kop koffie over de kaart. Morgen moet het dan gaan gebeuren. De plannen zijn die winter ontstaan. We zouden de zuidkant nemen, de klassieke beklimming vanuit Bedoin. We zijn Bert en ondergetekende. Met onze gezinnen zijn we neergestreken in het prachtige Gordes. De Provence is op haar mooist. Het vinden van de route naar de Mont Ventoux nog een aardige puzzel. Natuurlijk komen we eruit.
Na een licht onrustige nacht is het dan zover. In de auto en na een prachtige
rit ontwaren we "De Kale Berg". Omdat Bert net een marathon achter de
rug heeft en ik terugkom van een blessure zijn we genoodzaakt de klim te
"beperken"tot de laatste 12 km. En daar staan we dan. Verlaten door
onze vrouwen die beloofd hebben ons regelmatig van water te voorzien. We kijken
elkaar aan en gaan op pad. Heerlijk zonnig weer , een goede 20 graden. Prima
loopweer. Ik heb het gevoel lood in de benen te hebben. We komen moeizaam in een
ritme en het gevonden ritme blijkt niet hoog te zijn. Een geruststelling biedt
het eerstkomende km.paaltje. Hierop staan vermeld: de afstand tot de top (nog 11
km.)en het gemiddelde stijgingspercentage van de km. Dit bleek dus10% te zijn. De
kilometer ging in 6.21De weg slingert zich door het bos omhoog. Overal de namen
van wielrenners op het asvalt. We lopen op legendarische sportgrond. Het is
behoorlijk zwaar maar genieten intens. Het aangereikte water is steeds weer meer
dan welkom.
Dan wordt het bos wat dunner en passeren we Chalet Reynard. Bezoekers kijken ons
verbaasd aan en roepen iets onverstaanbaars. Wij weten zeker dat ze ons
bewonderden. Wil en Hanneke konden ze verstaan en vertelden later dat ze ons voor
gek versleten. Nu bevinden we ons in het beroemde maanlandschap. De wind heeft
hier vrij spel, het is intussen merkbaar kouder. Ik kan me zo voorstellen dat het
hier 's zomers onaards moet zijn voor sporters. Intussen beleven we de kick van
het inhalen van wielrenners. Het wordt steeds frisser , in de schaduw- kanten van
de bochten ligt nog volop sneeuw. Na een kort minder steil stukje hakt het er
daarna weer behoorlijk in. We lopen de gehele klim op onze reserve. Uit respect
voor de Mont Ventoux en uit lijfsbehoud. Een kilometer onder de top stoppen we
bij het monument van de in 1967 hier bezweken wielrenner Tommy Simpson. Een
indrukwekkend moment. Een grote plaquette omgeven door bidons en andere nagelaten
voorwerpen. Op de steen een goudkleurig plaatje met een inscriptie van zijn
dochters."There is no mountain too high". We gaan verder , de laatste
kilometer. En passant eentje van 11 %. Dan passeren we her weerstation dat op de
top staat. Applaus van dik ingepakte motorrijders en andere verbaasde aanwezigen.
Snel op de foto en vervolgens iets warms aan, het is hier ongeveer 5 graden. We
nemen wat te eten en genieten van het fantastische uitzicht.
Als we terugrijden beseffen we wat we gedaan hebben. Een prachtige ervaring
rijker en benen die niet echt vermoeid aanvoelen. We voelen ons bevoorrechte
mensen dat we dit kunnen. Het lopen van wedstrijden is prachtig maar dit…Het
dubbele wat ik vaak heb. Misschien kan het een niet zonder het andere en hoeft
dat ook niet.
Toch weten we één ding zeker:we moeten nog een keer terug. Om dan de gehele
klim , 21 km vanuit Bedoin tot de top te volbrengen. Bevestigd door het
onderstaand citaat wat ik ergens las.
Je bent niet gek als je de Mont Ventoux beklimt.
Je bent pas gek als je er niet terugkomt.
Henk Versteeg
DE MONT VENTOUX: MIJN VERHAAL - Lieven Thys 15-aug-05
1. HOE HET BEGON
Zoals het vaak het geval is, is het bij mij ook allemaal begonnen bij het
absolute begin. In de vijftigerjaren was mijn vader de te kloppen man op de
middellange afstanden en de cross. Joske Thys was een graag geziene figuur
binnen het loopwereldje, behalve als je ‘r mee aan de startlijn stond. Hoe goed
de benen ook voelden, hoe perfect de trainingen de afgelopen week ook verlopen
waren, als je in de wedstrijd met Joske ingedeeld werd, was de tweede plaats het
hoogst haalbare! Een successtory in de sport is niet iets dat je in de schoot
geworpen krijgt. Het is steeds een combinatie van verschillende factoren:
kracht, doorzettingsvermogen, inzicht en talent. Juist talent, en talent zit ‘m
in de genen. Genen worden overgeleverd van vader op zoon. Genen zijn er dus bij
vanaf het absolute begin. En juist dat verklaart waarom ik niet zoals de meeste
“normale” mensen de Mont Ventoux op wou fietsen, maar wel lopen, want lopen zit
in mijn genen!!
2. DE AANLEIDING
Vier jaar geleden werd mijn schoonbroer Ron (de man van mijn zus) door enkele
collega’s overhaald om naar Barcelona te fietsen. Ik moet eerlijk zijn, toen ik
de eerste keer zijn plannen te horen kreeg, kon ik een kleine spiercontractie
boven mijn linkeroog niet onderdrukken. Ok, Ron is zeker wel een sportief type.
Familie en vrienden associëren hem met volleyballen en skiën, maar fietsen, nee,
niet met fietsen, althans toen nog niet. Naar mijn weten gebruikte hij de fiets
enkel als hij op voorhand wist dat een vergadering of feestje uit de hand kon
lopen. Juist ja, bezopen of properder gezegd, beschonken terug naar huis rijden.
Je raadt het al: de fiets werd meer dan eens van onder de carport gehaald. Als
je berekent dat elke kilometer terug dubbel wordt afgelegd, dan heb je op een
jaar tijd ook wel wat kilometers in de benen, maar naar Barcelona fietsen, nee.
Ik probeerde zijn “story” een beetje te volgen. De eerste weken, maanden werden
trainingsritten van 40 a 50 km afgehaspeld. Ik vond dit al een hele prestatie.
Naargelang de tijd vorderde werden deze afstanden opgetrokken naar 120 a 150 km.
Ook verschillende ritten in de Belgische Ardennen prijkten op het “palmares”.
Zou er dan toch rennersbloed door zijn aderen stromen? Duizenden
trainingskilometers later en 15 kg lichter was het dan zover: de Velodrômers (zo
noemden ze zichzelf) vertrokken met de fiets naar Barcelona.
Elke morgen belde ik eventjes met Ron, om te horen hoe de vorige dag verteerd
was, en wat de nieuwe dag zou brengen. Op een morgen hoorde ik door de telefoon:
“Vandaag is het DE dag. Vandaag beklimmen we de Mont Ventoux!!” De rest leek
plots allemaal bijzaak. Het beklimmen van de Mont Ventoux, dat was het summum.
Nu deed die naam bij mij ook wel een belletje rinkelen. Ik ben helemaal geen
wielerfanaat, maar de wielrenners zien sterven in de bergen tijdens de Ronde van
Frankrijk, daar kan zelfs een wieler-leek van genieten. Ook het feit dat Tom
Simpson er zijn laatste opgespoten adem heeft uitgeblazen, maakt de berg voor
velen een bekend terrein. Toen ik de volgende morgen belde, was Ron nog steeds
euforisch. Hij noemde de Mont Ventoux reeds heel familiaal “de kale berg”. Het
beklimmen van de Kale Berg was meer dan een feit, het was een belevenis om nooit
meer te vergeten, een overwinning die in het geheugen gegrift stond. Ook na het
behalen van Barcelona, wat ik trouwens nog steeds een bangelijke prestatie vind,
bleef de Mont Ventoux HET gespreksonderwerp. Elk verhaal, elk verslag draaide
vroeg of laat uit op de reus van de Provence. (hoewel hij op grondgebied van de
Vaucluse ligt !!). Dit was mij natuurlijk niet ontgaan. Twee jaar geleden
brachten wij onze jaarlijkse vakantie door in Spanje en Frankrjik. Wij delen
onze vakantie steeds op in twee delen: één culturele week en één week echt
“vakantie houden”. De eerste week werd Barcelona de prooi van onze culturele
honger. Deze stad had trouwens voldoende in huis om onze honger ruimschoots te
stillen. De tweede week werd de rust van de Provence opgezocht. In St Rémy de
Provence werden de batterijkes weer opgeladen. En ja hoor, in het naar huis
rijden nog eventjes de Mont Ventoux aandoen. Ik moest en ik zou in levenden
lijve ondervinden of de sterke verhalen van Ron echt wel zo sterk waren. Op de
kaart het onbeduinde dorpje Bédoin opgezocht en hop met de auto naar boven.
Vanaf de eerste meters had deze berg mij in zijn ban. Honderden wielrenners
passeerden we, stampend, trekkend, zwoegend en kreunend naar boven rijdend. Het
leek wel een bedevaartsoord. Ter hoogte van Chalet Reynard merkte ik plots twee
sporters op waarvan de kledij verschillend was van het traditionele
“wieleruniform”!! En er ontbrak nog iets. Ik wist het: een fiets!!!! Godver……,
maar zij liepen naar boven!! Dit interesseerde mij, mijn genen weet je wel !
Boven op de top, heb ik direct een sms naar Ron gestuurd met volgende woorden:
“Sta boven op de Mont Ventoux. Jij bent nu NOG meer in mijn achting gestegen!”
(Een tijdje geleden waren mijn zus en schoonbroer bij ons op visite. Blijkt dat
het bewuste sms-ke nog steeds in zijn gsm staat!! Je zult ondertussen al wel
begrepen hebben dat wij beste maatjes zijn) Op dat moment had ik voor mezelf al
uitgemaakt dat ik ooit ook deze berg op zou lopen. Uitdagingen, dat is precies
wat ik nodig heb !! Ik heb bewust alles een beetje voor mezelf gehouden, want ik
durf wel eens te zweven. Maar toch….. Vorig jaar brachten wij onze vakantie door
in Italië, de eerste week in Rome, de tweede week in Umbrië. Zoals gewoonlijk
had ik alles bij om enkele looptrainingen af te haspelen.( rond mijn twintigste
liep ik de 10 mijl in 58 min en de halve marathon in 1h 16. Ik kon mijn mannetje
dus wel staan in de lange-baan-afstanden). Een paar weken voordien had Marc
Hermans (jullie kennen hem wel, de triatleet die onfortuinlijk in een rolstoel
terecht kwam na een val met zijn fiets op Lanzerotte) aangekondigd de Mont
Ventoux op te willen rijden met zijn handbike. Dit alles versterkte nog mijn zin
om de kale berg al lopend te bedwingen. Hoeveel moeilijker moest het trouwens
zijn om enkel op armkracht naar boven te geraken. Ik zocht er dus de steilste
hellingen uit. Nu kan ik van nature vrij goed tempo lopen. Ik paste dus mijn
tempo aan aan de hellingsgraad, en kon zonder problemen een uurtje bergop lopen.
In mijn gedachte zag ik het al gebeuren. Mits een goede voorbereiding mocht de
Mont Ventoux geen probleem vormen. Terug beneden was ik zo in de wolken dat ik
zelfs mijn plannen aan mijn vrouw vertelde. Het antwoord was:”Ja”. Zij kent mij
hé. Ok, de tijd verstreek. December – januari is de periode dat de volgende
zomervakantie geboekt moet worden. Na een beetje heen en weer gepraat werd er
uiteindelijk geopteerd voor een weekje Drôme Provencale en een weekje Ardêche.
De Frankrijkkenners onder jullie hebben het natuurlijk al door. Waar ligt de
Mont Ventoux? Juist, op de grens met de Drôme Provencale en de Vaucluse!! De dag
van boeking snel de routeplanner geraadpleegd: slechts 35 km van ons
vakantiehuisje tot Bedoin. Ja, natuurlijk Bedoin. (ik had al nagevraagd aan een
wielerfanaat langs waar de Mont Ventoux aangesneden werd, als hij opgenomen werd
in het parcours van de Ronde) Als ik iets doe, doe ik het goed!!
3. DE VOORBEREIDING
13 augustus zouden wij richting Frankrijk vertrekken. Het was nu eind januari.
Ik had dus een goeie 6 maanden de tijd om mij voor te bereiden. Pff, met twee
vingers in de neus. Dit zou slechts een formaliteit worden. Ik begon met twee
keer per week een rondje te lopen. Op dinsdagavond geef ik heel de avond skiles
(op en overdekte sneeuwbaan in Nederland. Ik woon namelijk in Kalmthout, vlak
bij de grens met Nederland) en op zaterdagavond speel ik tenniscompetitie. Ik
heb dus wel voldoende beweging, maar natuurlijk worden de wekelijkse
avondactiviteiten steeds afgesloten met een droogje en een natje. Soms wordt het
droogje ook achterwege gelaten. Ik zou het dus echt wel moeten hebben van mijn
looptrainingen. Mijn vrouw vond het allemaal goed. Zij verplichtte mij wel om
nieuwe loopschoenen te kopen. Ik liep nog steeds op fluo-gele Nikeschoenen. Zij
zaten als gegoten maar zij vond dat ik letterlijk voor schandaal liep. Gewillig
als ik ben dus maar naar de sportwinkel. Vermits ik in die tijd een Nike-o-fiel
was, viel mijn keuze op een zwart-zilveren Nike Air-Max. Een naam die klinkt als
een klok. Daar kon het dus niet aan liggen. Ik dreef tamelijk snel mijn
trainingsfrequentie op naar drie looptrainingen per week met een gemiddelde duur
van 50 minuten.(di en za-avond bleef ik ook actief > natjes!!) Ik had voor
mezelf een planning opgemaakt. Mijn planning bestond eruit om tot eind mei
zoveel mogelijk kilometers te lopen. Extensieve duurtrainingen om zo een basis
op te bouwen waar ik ten allen tijden op terug kon vallen. Daarna zou ik dan nog
enkele maanden de tijd hebben om wat bergop te lopen. Voor ik het besefte was
het reeds half maart. Mijn frequentie bleef dezelfde, doch elke training zat nu
tussen de 1 uur en 1h20. En ja hoor, iets waar ik geen rekening mee had gehouden
bij het opstellen van mijn trainingsschema: kwetsuren! Elke twee weken van
intensieve training werd afgewisseld met één week platte rust owv pijn in mijn
kuit, de ene keer links, de andere keer rechts. Ik besliste om het nog enkele
weken aan te zien. Intussen verzamelde ik alle informatie die ook maar iets kon
bijbrengen tot het slagen van mijn “expeditie”. Ik werd dan ook een echte expert
op gebied van sport- en energydrinks, koolhydraatrijk voedsel, sportkledij en
schoeisel. Oeps, een keyword in heel het gebeuren: schoeisel. Af en toe moet je
principes eens eventjes opzij kunnen zetten. In mijn geval was dit principe Nike.
Ik kreeg het lumineus idee dat de pijnen in mijn kuit wel eens veroorzaakt
konden worden door onaangepast schoeisel. Dus, zoals de echte, naar TopRunning
in Wuustwezel. Mijn broer, verslaafd aan lopen, had mij reeds gewaarschuwd geen
vragen te stellen over kleurencombinaties. Ik heb namelijk graag dat het er ook
een beetje goed uit ziet. Blijkbaar komt dit niet aan de orde bij dit soort
winkels. Een loopschoen moet je passen, en daarbij basta, geen foliekes. Ik dus
met verschillende soorten schoenen op de loopband. En ja hoor, na een half
uurtje testen had ik de juiste gevonden. Voortgaand op de informatie van de
verkoopster, had ik nu loopschoenen gekocht die echt als gegoten zaten. Dit was
het!! Ze waren van het merk Brooks, type GTS Adrenaline. Wow, een Ferrari
typebenaming was er niets tegen. Ook de kleurencombinatie viel mee: wit – grijs
– zilver – blauw. Het had erger gekund. Ik naar huis en nog voor het avondeten
eerst gaan trainen, grote kinderen, weet je wel. En ja hoor, gelijk uit de doos
veroorzaakten ze geen pijn aan mijn voeten. Dit was de doorbraak. We waren
intussen half mei. Groot was mijn ontsteltenis toen ik tijdens mijn eerste
serieuze extensieve duurtraining (1h40) weer in panne viel met mijn kuiten, en
dit met mijn nieuwe schoenen!!!! Ik snapte er niets meer van. Er zat dus niets
anders op dan ten rade gaan bij mannen die het konden weten: Tristan Hoffman,
laatste jaren één van de boegbeelden van CSC en vriend aan huis, Carlo Van der
Mast, begenadigd veldrijder en trainingsfreak, Wim Michielssen, sportdoctor. De
conclusie was éénzijdig: daar ik tijdens de trainingen nooit drinken bij me had,
werden mijn spieren als het ware uitgedroogd door de inspanningen. Dus, drinken
tijdens het trainen. Al deze theoriën zijn vrij makkelijk te verwezenlijken door
wielrenners, maar niet voor lopers!! Waar steek je immers dat drinken? Decathlon
moest mij de oplossing bieden. Ik vond al snel wat ik zocht. Het was een soort
van gordel met daaraan 4 kleine afsluitbare flesjes die je kon hervullen. Nu wat
erin moest had ik al lang uitgedocterd, althans wat de isotone dranklesser
betrof. Mijn keuze was gevallen op
Aquarius. Wat de hypothone drank betrof had ik nog geen keuze bepaald, en zat ik
dus nog in de testfase. Het arsenaal in Decathlon is beangstigend groot. Ik
kocht een vijftal verschillende drankjes. Ik zou tijdens de trainingen wel
uitproberen dewelke mijn lichaam het beste verteerde. De eerstvolgende weken
verliepen vrij vlot. De combinatie van goede loopschoenen en drinken tijdens de
trainingen bleek te werken. Ik doorstond een intensieve duurtraining met mijn
broer zonder veel problemen. Deze trainingen beginnen steeds rustig, maar elke
kilometer gaat het tempo omhoog, broers tegen elkaar hé! De laatste kilometers
zat ik geregeld aan een hartslag van 170 en meer. Maar kom, ’t mag al eens pijn
doen terwijl je toch nog probeert om jezelf fris voor te doen. Dat is het
moeilijkste gedeelte!! Toen ik mijn trainingsritme nogmaals opvoerde, ik zat nu
aan vier looptrainingen per week met een minimale duur van 1h30, begonnen mijn
kuiten weer te protesteren, elke keer weer diezelfde pijn, alsof mijn spieren op
scheuren stonden. Ik besloot dan maar om wekelijks een bezoekje te brengen aan
de kynesist.(hij is namelijk ook de enige die mijn rugpijnen kan behandelen met
resultaat. Mijn rugklachten zijn nog steeds een gevolg van een sportongeval, nu
24 jaar geleden. Dit is slechts één van de kwaaltjes die ik dagdagelijks
ondervind ten gevolge van accidentjes tijdens mijn favoriete tijdverdrijf:
sport) Ik had nu nog negen weken tot D-day. Het begon te nijpen. Mijn
basisconditie was al wel behoorlijk, maar ik had nog steeds geen meter omhoog
gelopen. Van Carlo, de veldrijder-trainingsfreak, had ik intussen vaste rollen
in bruikleen gekregen. Ik had de rollen met “koersfeest” geïnstalleerd op de
slaapkamer voor de TV. Gecombineerd met mijn looptrainingen zat ik nu toch aan
trainingen van 2h15 a 2h45. De basis was ok. Zolang mijn hartslag tussen 145 en
160 bleef kon ik “dagen” bezig blijven. Intussen bleven mijn kuiten mij parten
spelen. Op ’t werk bleef mijn collega en maatje Steven dagelijks mijn
trainingsactiviteiten volgen, dus ook mijn kuitperikelen. Misschien had hij wel
DE oplossing. Zelf was hij ooit in lang vervlogen tijden de Belgische
voetbalhoop in bange dagen geweest. Vorig jaar, tientallen knie-operaties na
zijn debuut op 16-jarige leeftijd in het eerste elftal van Berchem, gaf hij de
pijp aan Maarten. Maar, connecties die blijven. Hij gaf mij dus het
telefoonnummer van Willy Bogaert, tegenwoordig ook kynesist van Sven Nys, hoewel
kynesist? Niemand kan het beroep van Willy juist omschrijven: kynesist,
spierdoctor, masseur, slager, …….
Het kon me ook geen lap schelen, als ik maar geholpen werd. Dus gelijk gebeld
voor een afspraak. Zes weken voor mijn “run” mocht ik langskomen. Ik vertelde
mijn probleem. Tot mijn grote verbazing kende hij ogenblikkelijk de oorzaak. Het
waren de spieren in mijn onderrug die geblokkeerd zaten, en daar zaten de
zenuwen van mijn benen tussen gekneld. De bloeddoorstroming naar mijn onderbenen
was dus minimaal, en veroorzaakte de pijn. Willy ging dus “gauw”mijn
geblokkeerde spieren los maken!!! Met al mijn blessures heb ik al wat pijnen
doorstaan, maar deze kon toch ook tellen. Ik durfde niet te vragen om op te
houden, ik weet zeker dat Steven en Sven dit ook niet gedaan hadden. Ik durfde
evenmin te wenen, daar was ik te stoer voor. Het idee dat Steven nu in zijn
zetel lag te grinniken sterkte mij. Terug thuis gekomen had ik een tintelend
gevoel in mijn benen. Er was dus wel degelijk iets gebeurd. Willy had mij wel op
het hart gedrukt om dagelijks minstens 2X extreem te stretchen. Ik zeg extreem,
omdat de stretchhouding steeds 4 a 5 minuten moest aangehouden worden !! Mijn
vrouw schrok zich een hoedje toen ze me ’s avonds in de douche vond, vingers aan
de tenen en benen ongeveer gestrekt. Maar goed, de volgende morgen vond ze het
al normaal, nou ja, normaal …. In tussentijd had ik ook al een “snelle” outfit
aangeschaft, had ik het boek “De Kale Berg” in mij bezit en verorberde ik
dagelijks mijn porties omnivitaminen, calcium, magnesium, omega 3-6-9, vitamine
C en zoveel mogelijk koolhydraten-rijke voeding. Nog 6 weken te gaan, dus nog 5
trainingsweken. De laatste week werd namelijk absolute rust voorgeschreven. Ik
kon er nu werkelijk vol tegenaan. Met Carlo werkte ik verschillende
heuveltrainingen af. Huybergen, Calfven, Burgh-Haamstede, op al deze plaatsen
werden de toppen eraf gelopen. Afgewisseld met trainingen in los zand en
extensieve duurlopen begon het plaatje er vrij compleet uit te zien. Nog 3
weken, de laatste lange duurloop zat erop: 27 km in 2 h 22. De benen
protesteerden een beetje, fysiek was er geen vuiltje aan de lucht. Nog 2 weken:
7 op 7 getraind, afwisselend van duurloop, over heuvelloop tot klimtraining op
de loopband. De donderdag voor het vertrek nog eens binnengesprongen bij Willy.
Niets aan het toeval overlaten, weet je wel. Ik had voor mezelf uitgemaakt dat
ik er klaar voor was !!!!
4. DE BEKLIMMING
Maandag 15 augustus was het zover. Daags voordien hadden we al moederkesdag
gevierd. Daar was op deze maandag geen ruimte voor. Ik was maar op één ding
gefixeerd: De Kale Berg. De planning was om rond 7h te beginnen aan de klim. Om
6h15 ging de wekker.Ik sprong gezwind uit mijn bed. Ik had de afgelopen nacht
niet zo goed geslapen. In gedachte was ik wel honderd keer de berg opgelopen,
overigens steeds met succes. Dat gaf me moed. Terwijl ik mijn loopspullen een
8ste keer controleerde, maakte mijn vrouw de kinderen wakker. Eindelijk op
vakantie, en heel de familie moet er om 6h15 uit omdat papa het in zijn hoofd
gehaald heeft om een berg omhoog te lopen!! Ik weet niet hoe ik het moet
uitleggen. De kinderen kon ik vanmiddag wel sussen met een ijsje, voor mijn
vrouw zou ik iets dieper in mijn truckendoos moeten tasten vrees ik. Maar kom,
dat waren zorgen voor later. Om 7h reden we weg. Het was toch nog wel een eindje
rijden naar Bedoin. Ik lag dus al een beetje achter op schema. Maar dat was niks
nieuws. Op tijd komen op een afspraak is nu eenmaal niet mijn allersterkste
punt. Juist voor we Bedoin binnen reden stond er een bordje “déviation”.
Godver…., was het toch wel juist vandaag wekelijkse markt. De traditionele foto
aan het fonteintje zat er dus niet in. Dan maar een ander vertrekpunt zoeken. Na
een paar minuutjes zag ik een bordje met daarop “Mont Ventoux 19”. Miljaar, te
ver gereden. Bedoin – Mont Ventoux bedraagt 21 km, geen 19. De auto dus maar
gedraaid en terug richting dorp. Ok, een parking waar een paar fietsers hun
banden aan ’t oppompen waren. Dit was het alternatief voor de fontein. De
laatste voorbereidingen konden beginnen: hartslagmeter aan, gordel met de
flesjes aan (flesjes had ik thuis al gevuld), plakkers over de tepels (schuurden
na een paar uur nogal eens door), loopschoenen nog eens minutieus knopen (ni te
los, ni te vast > honderden keren op geoefend !!), voor de laatste keer de blaas
ledigen, heel de familie nog eens kussen, afspreken waar Els (mijn vrouw) mij
zou opwachten, het on-line verslag uitbrengen via sms met het thuisfront(Ron,
mijn schoonbroer – Steven, mijn collega en ex-bijna-internationaal - Carlo, de
zandbijter en trainingsfreak – Frank, m’n vast tennismaatje en toeverlaat
tijdens de “natjes”) en GO!!!!! De strijd was begonnen, een strijd tussen de
berg, de hartslagmeter en mezelf. Ik had mij voorgenomen puur op hartslag te
lopen omdat ik de laatste 5 maanden altijd op deze manier getraind had. Ik was
er dus volledig mee vertrouwd. Mijn werkterrein lag tussen de 150 en 165 slagen
per minuut. Zolang ik hierin bleef vertoeven was er cardio-vasculair niks aan de
hand. Het was 8h05. De eerste meters verliepen zoals gewoonlijk heel moeizaam.
Ik had de laatste week dan ook geen meter meer gelopen. Na 70 meter zat ik aan
hartslag 161 !! Geen paniek, als ik bij mij thuis vetrok voor een training, had
ik op de hoek van de straat ook steeds hartslag 160, en geloof me, ik woon dicht
bij de hoek !! Na een paar minuutjes zat ik op 143, mooi op schema. De eertse 3
– 4 km waren een opwarmertje, hoewel je vrij direct op 4 – 5% zit, laat ons
zeggen vergelijkbaar met een viaduct. De ochtend was vrij koel. Ik was dan ook
vertrokken met een vest met lange mouwen overaan. Bij de eerste ontmoeting met
mijn vrouw (na 4 km), deed ik deze uit. Het transpiratieratievocht was immers
reeds overvloedig aanwezig. Om de 25 minuten dronk ik +/- 20 cl isotone
dranklesser. Iets wat ik uit de boekskes had gehaald: drink voor je dorst hebt
!! Ik voelde me lekker. Een paar km verder stond Els langs de kant te wachten,
je kent het wel, een fotootje, een aanmoediging, … Mijn zoontje, die achteraan
de wagen samen met zijn zus (allebei 6jaar, jaja een tweeling) zijn favoriete
boek van Robin Hood aan ’t lezen was, had eventjes opgekeken en gevraagd waarom
papa zo traag liep. Zo, dat wist ik ook alweer. Ooit zou hij het wel begrijpen.
Zoals het cliché zegt komt de waarheid uit de kindermond. Ik zat immers nog
altijd op hartslag 148 te wroeten. Ik moest oppassen dat ik mezelf niet in slaap
wiegde. Het moest wel een beetje vooruit gaan. Tempo een beetje opvoeren, waaw,
dit ging vlot. Na een paar minuten werd ik natuurlijk met de neus op de
hartslagmeter gedrukt: 165 en ik zat aan km 7, nog 14 te gaan, de 14 zwaarste.
Beetje dimmen dus en terug naar de 155. Ok, dit was beter. 1 km verder stond Els
weer, 8 km gelopen in precies een uur. Hier kon ik mee leven. Gauw een hypertone
(= rijk aan koolhydraten) gel binnen gespeeld en voort naar de volgende 8. Uit
het boek “De Kale Berg” wist ik dat dit de zwaarste (qua stijgingsgraad) uit de
hele trip zouden zijn. Onder de 10% kom je niet. Wel had je nog steeds de
beschutting van de bomen tot Chalet Reynard, daar begint immers het
maanlandschap. Ik kon mijn hartslag ook niet meer onder de 160 krijgen. Het spel
was begonnen. Daar het nog zo vroeg op de ochtend was, kon ik niet rekenen op de
steun en het medeleven van de honderden fietsers die ik voor 2 jaar hier op
dezelfde plaats had zien trappen. Het was steeds uitkijken naar die groene
Toyota Pic-Nic, mijn vrouw, mijn steun en toeverlaat, en mijn kinderen, Toon en
Kaat die intussen de zijde van Robin Hood hadden gekozen. De eerste fietsers had
ik intussen bijgehaald. Toch wel een lekker gevoel, zo op loopsloefkes een fel
rode Ridley van 2000 Euro inhalen. Maar goed, hier voert ieder zijn eigen
strijd. Ik had mij intussen een tempo aangemeten waar ik mij lekker bij voelde.
Hartslag 162, natuurlijk voelde ik al wel ’t één en ’t ander in de beentjes,
maar niets verontrustend. Ik was ook gestopt met nadenken. Af en toe moet je dat
eens kunnen, geloof me, het helpt. Lopen, bocht nemen, lopen, bocht nemen, ……..
Gelukkig had ik de nodige voorzorgen genomen tegen het ongedierte in het bos,nl.
muggen en consorten.( Ik had mij ingesmeerd met een stick, vorig jaar gekocht in
Rome, nadat mijn vrouw te prooi was gevallen aan een bepaalde diersoort.
Afgaande op de plaveien op haar benen was het iets geweest met groten tanden,
enorm veel gif en verzot op vers vlees.) Weer een tip uit mijn boek. (nogmaals
bedankt zus en schoonbroer voor dit uitermate nuttige geschenk). Na de zoveelste
bocht begon het bos plots wat dunner te worden. Ook de temperatuur zakte een
paar graden. Dit kon niet waar zijn! Maar ja hoor, daar dook Chalet Reynard
plots op, o zo mooi in zijn absolute eenvoud!! Mijn dochtertje kwam mij tegemoet
gelopen en legde de laatste meters tot de auto samen met mij af, weliswaar een
beetje lichtvoetiger als haar papa, maar kom, ik had intussen ook al iets in de
benen. Juist 2 uren onderweg en 16 km afgelegd, een totaaltijd binnen de 3 uur
moest haalbaar zijn !! Snel een vestje en lange broek aan getrokken, hypertone
gel binnen geslagen, de binnen gekomen sms-kes gelezen (je kan je het niveau
hiervan wel inbeelden zeker !!), een fotootje met de chalet op de achtergrond,
en op weg voor de laatste 5 km. Ik gaf mezelf 1 uur om deze 5
maanlandschapkilometers af te leggen. Ik moest en ik zou binnen de 3 uur boven
zijn. Vanuit mijn boek wist ik dat ik deze laatste km’s niet mocht
onderschatten. Het is namelijk hier dat de Kale zijn bondgenootje erbij haalt:
de alles vernietigende Mont Ventoux-wind.(daar we toch in een tijd leven van
3-letter-afkortingen, denk maar aan sms, mms, abs, tcs, muv, mpv, sap, ….., zal
ik deze spelbreker vanaf nu MVW noemen, in hoofdletters uit respect voor de kl……)
Ik vertrok vanuit Chalet Reynard samen met een fietser, een beetje op leeftijd,
met een koersuitrusting van Fasso Bartolo. Zijn buikje vertelde mij dat hij in
het dagelijks leven geen wielrenner was. De letters “Bartolo” waren niet zo goed
leesbaar, zij zaten namelijk juist in de plooi. Hij hield wel hetzelfde tempo
aan al mij. Natuurlijk was er ogenblikkelijk een band tussen ons. Je kent dat
wel, zo eentje zonder woorden, maar met blikken die meer vertellen als duizend
woorden. We begonnen met een lang stuk links-weg, geen probleem. Toen kwam de
eerste bocht naar rechts eraan. En ja hoor, daar was hij (met zulk een kracht
moet het wel een hij zijn), de MVW. Goh, kreeg ‘k daar een patat rond m’n oren!!
Mijn passen, die al niet al te groot waren, werden plots gehalveerd. Het was dat
of achteruit geblazen worden. Mijn Bartolo-maatje moest ook plots het snot uit
zijn neus trappen. Tijd om naar elkaar te kijken hadden we niet. We hadden het
te druk om overeind te blijven. Tot overmaat van ramp kwam Els juist voorbij
gereden, de kinderen enthousiast waaiend naar hun papa. Ik deed mijn uiterste
best, maar of ze begrepen dat deze beweging “terug zwaaien” was weet ik niet.
Oef, een bocht naar links. Nu hadden we de wind in de rug. Ik maakte me zo breed
mogelijk, als een zeilboot die voor de wind ging. Doch, ik had het idee dat de
wind nu niet zo sterk was. Was die MVW met m’n kl…. aan ’t spelen? Wacht maar
maatje, ni met ene van de Nieuwmoer !!!! M’n maatje had blijkbaar ook weer lucht
in z’n banden. Nog 50 meter en de volgende bocht naar rechts was daar. Niet
panikeren, gewoon doen of er niets aan de hand was. Boang, een slag van de
voorhamer, recht op ’t neuzeke. De afgrond links van mij kwam akelig dicht bij.
Ik had geen controle meer over richting en snelheid.(Frank, m’n tennismaatje,
weet wel waar ik het over heb ). Ik moest mijn houding aanpassen. Net zoals de
spurtbommen stak in mijn poep een beetje naar achter, en de borstkas naar voor.
(ik begrijp trouwens niet waarom er niet meer rondborstige spurtsters zijn)De
“kopman” van Fasso Bartolo was inmiddels achter mij. Ik had niet het lef om
achteruit te kijken. Oef bocht naar links, gewoon proberen te bekomen. Hartslag
zat nu op 170 !! Ik moest proberen om met 160 de volgende bocht naar rechts in
te gaan. Zo ging het bocht na bocht. Ik voelde de Kale lachen. Hij probeerde me
klein te krijgen. Ik nam de volgende bocht samen met m’n maatje. Ik begon moe te
worden. Door de grote hoogte begon ik ook een licht gevoel in m’n hoofd te
krijgen. Iets waar ik totaal geen rekening mee had gehouden. Het was nu dat ik
besefte dat het soms pijn kan doen om uitdagingen aan te gaan, en vooral om niet
toe te willen geven. De MVW had duidelijk zijn beste kruit nog niet verschoten.
Met volle kracht beukte hij tegen mijn “getrainde torso” (zwaar overdreven die
torso, maar het leest wel leuk hé !). Mijn maatje werd letterlijk van de baan
geblazen. Ocharme, voor hij besefte wat er gebeurde lag hij tussen de stenen. Ik
wou wel gaan helpen, maar ik moest zien dat ik zelf niet ten onder ging. Bocht
naar links, en daar stond het standbeeld van Simpson. Els stond te wachten voor
een foto. De tweeling had intussen Robin Hood ook ingeruild voor hun papa. Toch
wel een leuk gevoel: een held zijn voor je kinderen. Eventjes naar boven
klauteren voor de foto, kruisje maken voor Tom en dan afmaken wat hem destijds
niet gelukt is. Nog 1 km, en ik had nog 20 min. Dit moest lukken. De
spreekwoordelijke vleugels kwamen er niet. Ik moest blijven presteren. De
laatste bocht, nog 50 meter héél steil omhoog en stop, ik was er: 2h50. Een
resultaat waar ik uiterst tevreden mee was. Ik was moe, maar zeker niet kapot.
De benen hadden geleden, maar waren niet gebroken.(dankjewel Willy). Ik had de
strijd gewonnen. Ik had afgemaakt waar ik aan begonnen was, dat was belangrijk.
Daar kwamen ook Els en de kinderen aan. Het was voor mij uitermate belangrijk
dat zij erbij waren. Niet enkel voor het praktische gedeelte, maar gewoon dat ze
erbij waren. Je doet zoiets in de eerste plaats voor jezelf, maar o wat is het
leuk dat je deze momenten kan delen met iemand die je dierbaar is. Boven in het
winkeltje nog een certificaat kopen, een foto bij het bord ”Mont Ventoux 1912
m”, het thuisfront op de hoogte brengen en dan terug naar beneden. Klaar voor
een middagje relaxen aan het zwembad, ijsje eten met de kinderen en nu mijn
beurt om mijn vrouw te soigneren. Die nacht had de Mont Ventoux mij voor de
laatste keer in zijn greep. Ik dacht dat de MVW mij kwam halen. Zwetend werd ik
wakker. Ik merkte dat ik en raampje open had laten staan. Ik stond op, sloot het
raampje, nam een slokje water, gaf mij vrouw nog een kus op haar voorhoofd en
sliep terug in. Vanaf nu was mijn ervaring nog enkel een herinnering, een mooie
herinnering.
RUN FOR LIFE, 11 September 2005
Beklimming van de MONT VENTOUX vanuit BEDOIN door Karel Piot
Tijdens een gezapige loop met Peter en Luc hoor ik voor het eerst over deze “Kale Berg” spreken. We schrijven mei 2002. Dit lijkt me “de loopuitdaging” te worden. Het idee om al lopend de top te halen en als dusdanig sponsoringgelden voor een goed doel in te zamelen, laat me gedurende een ganse tijd niet meer los. Tijdens één van de laatste Lionsvergaderingen van dat jaar, maak ik mijn voornemen kenbaar. Het idee wordt slechts door een aantal enkelingen, misschien wel zonderlingen, als serieus bestempeld. In een moment van overmoed spreek ik hierover met Ivan Sonck. Als een grootheid in de atletiekwereld het idee naar waarde kan inschatten, ben ik meer dan gemotiveerd om mijn bedoelingen kracht bij te zetten. Daarom komt “de Mont Ventoux” nog op de komende vergaderingen als aandachtspunt naar voren en wordt er zelfs een werkgroep “run for life” voor in het leven geroepen.
Binnen deze werkgroep krijgen we het bezoek van één van de meest ervaren
marathonlopers uit Nederland, Jogger Jo Schoonbroodt
www.jogger.tk
Vergezeld van zijn schoonbroer en trainer, maakt hij ons wegwijs in zowel de
specifieke geplogenheden van de berg als de organisatie achter zo’n gebeuren.
De werkvergadering besluit al na korte tijd dat er te weinig stootkracht, lees
enthousiasme, aanwezig is om het idee tot een succes te brengen.
Zelf heb ik echter vrij snel het besluit genomen om de reus van de Vaucluse
op te lopen. Na een korte literatuurstudie weet ik ondertussen dat er 3
mogelijkheden zijn om de top te halen: 2 wegen met een middelmatig
stijgingspercentage langs Sault en Malausène en 1 via Bédoin. De klim via dit
fabelachtige dorpje, gelegen aan de voet van de reus van de Vaucluse, blijkt de
mooiste klim te zijn doch de moeilijkste. De schrik van iedere fietsliefhebber!!
Zonder aarzelen opteer ik voor deze laatste. Volharden in de boosheid is vanaf
heden de boodschap!
Zodoende maak ik een afspraak met Peter Vervoort, sportdokter van niveau, die
zelf een van de betere Belgische triatleten in zijn leeftijdscategorie is.
Hij maakt me duidelijk dat op basis van lactaat en inspanningstest de
haalbaarheid van een dergelijke inspanning kan worden ingeschat. De eerste
testen wijzen uit dat mijn lichaam er nog lang niet klaar voor is, maar mits een
gedegen schema op termijn de klim als “mogelijk” dient te worden beschouwd.
Gedurende een ganse tijd volg ik Peter zijn schema’s, de ene week al wat beter
dan de andere. Maak ondertussen kennis met Pegasus, waar gedreven lopers met
véél ervaring en talent me wegwijs maken in de cultuur van de “lange afstand”.
Ook samen met onze onderbuur en ex-beroepsrenner Engel, Dominique, Luc en Bart
worden de kilometers makkelijk bij mekaar gelopen. Om ook wat kracht bij te
winnen neem ik de draad met de fitness terug op. Zodoende doe ik mee aan de 20km
door Brussel, haal de eindmeet van mijn eerste marathon in Echternach en loop op
de dodentocht van Bornem, geruggensteund door Laurens op de fiets, ongeveer 80
van de 100Km. Dit voornamelijk ter ere van mijn vader, die toen maar net
overleden was. We zijn dan ondertussen augustus 2003.
Vanaf februari 2004 loop ik nog vrij regelmatig, doch niet op schema zoals het hoort. In gedachte neem ik als limietdatum 11 september 2005 op. De dag van onze 13de huwelijksverjaardag. Wanneer deze datum ter sprake komt tijdens een conditietest bij Peter, ziet hij het nu wel als een realistisch doel, doch mits een gedreven training gedurende minimum 6 maanden voor de loop, zonder het huidige conditiepeil drastisch te laten verlagen. Tijd zat dus. Aan de Linosleden geef ik in het begin van 2005 door dat de loop per 11/9 zondermeer zal doorgaan. Een kilometersponsoring wordt in het leven geroepen. Vrij snel hebben we een consensus over het maatschappelijke doel en een begin van enthousiasme wordt voelbaar. Met een aantal spreekbeurten komen, sneller dan verwacht, de eerste mondelinge toezeggingen voor sponsorgelden binnen.
Tijdens ons jaarlijkse verlof in Frankrijk in de maand juli van dit jaar, beklim ik onder deskundige en enthousiaste begeleiding van eerst Philippe en daarna Martine 2 in stijgingspercentage vergelijkbare hellingen nl. de Aubisque en de Tourmalet. Deze 2 berglopen leren me dat ik sterke fysische vooruitgang heb geboekt, doch dat de klim naar de Ventoux niet te onderschatten valt gelet op het feit dat deze klim in afstand nog een stuk langer is. Wanneer ik Ivan Sonck inlicht over het feit dat de beklimming nu zéér concreet is, antwoord hij onmiddellijk met een artikel in Runnersworld, het meest gelezen loopblad ter wereld. Eenmaal dit artikel verschenen, krijg ik met één telefoontje de plaatselijke ROBTV op bezoek voor een human intrest programma, zetten we een klimmuur op de Sidarthafeesten en komt het Nieuwsblad me vragen voor een regionaal artikel. Bovendien zet Jo nogmaals onze actie in de verf op zijn ondertussen bekende website www.jogger.tk. Nog meer publiciteit voor het Lionisme?
Wanneer de definitieve planning voor de heen en terugreis naar de Vaucluse ter sprake komt, is de daad bij het woord gevoegd en blijkt de Lionsdelegatie sterker dan ooit vertegenwoordigd. Jean-Paul “believer” van het eerste uur, wordt gevolgd door Kris, Luc, de Narre, Fons, Huub. en Yves. Jean-Paul, de Narre, Yves en mezelf hebben het geluk ook de echtgenotes mee te mogen nemen. De andere leden dienen het een aantal dagen zonder wederhelft te stellen. Nog een verrassing van formaat. Ook Omer, die tijdens een wijndegustatie zijn medewerking had beloofd, staat samen met een aantal andere wijnkenners en fietsfanaten klaar om mee af te reizen naar de Vaucluse. Hij regelt trouwens direct de kamerbezetting.
Vrijdag 9 september in de vroege morgen komt Kris ons stipt om 3hr30 ophalen
en maken we op een uiterst comfortabele en aangename manier, samen met Luc, de
verplaatsing naar het zuiden. Ter plaatse aangekomen in het schilderachtige
Monieux, een pittoresk dorpje op enkele kilometers van Sault, mogen we het méér
dan aangename gezelschap begroeten van Omer, Katrien en Yvan. Koen en zijn
vriendin Kristel zullen ons slechts vanaf zaterdagavond vervoegen. Omer zijn
idee om te sponsoren per fles in plaats van per kilometer wordt met véél animo
ter plaatse aanvaard. Bovendien wordt de concrete uitwerking van een grote
wijndegustatie ten voordele van Sidartha te Tienen in het leven geroepen. Werk
aan de winkel Lions!!
Vrijdag en zaterdag brengen we door in een ontspannen vakantiesfeer. De enige
storende factor voor de groep was het feit dat ik meermaals het gezelschap
diende te onderbreken voor een plaspauze. Dit was trouwens ook al tijdens de
heenreis het geval. Ik had me voorgenomen de laatste 3 dagen voor de loop 18L
koolhydratenrijke vloeistof op te nemen. De soms dringende verletten worden
meestal met gelach onthaald.
Programma van de tweedaagse: Eerst een stevige wandeling op de GR9, onder
leiding van de ervaren kaartlezer Narre. Een spaghettimaaltijd op een prachtig
terras met uitzicht op de kale berg in Sault en het “laatste avondmaal” in
Bédoin op een steenworp van de fontein, de magische startplaats van de echte
klim! Nog voordat de koffie door iedereen was verorberd, dienden we te gaan
schuilen voor een stevig onweer. Een slecht voorteken of een storm in een glas
water?
De beklimming zelf per nine eleven. Met voldoende nachtrust in de benen
worden we rond 6.30hr gewekt door het vertrek van Martine en Narre.
Dit jeugdig koppel van boven de 30 gaat de uitdaging aan om vanuit Sault de GR9
te nemen en zal trachtten de top te bereiken met een stevige wandeling.
Met een warme wederzijdse aanmoediging nemen we afscheid. Voor mezelf het ideale
moment om met de inname van isotone drank te starten. Nog 2L te drinken voor de
start en slechts een paar bananen nuttigen als ontbijt schrijft het draaiboek
voor. Ook Martine is ondertussen aan de finale inpak begonnen en werkelijk niets
wordt aan het toeval overgelaten. Kledij voor beiden wordt nagekeken en extra
zorg besteed aan de vraag wat gedaan met ruige weersomstandigheden.
Het antwoord wordt al snel duidelijk: Negeren!! Er is géén kledij bestand tegen
hevige regen. Het zij dan maar zo. Rond 8.45 Hr. komen we, na een aantal
plaspauzes, aan op de parking naast de fontein in Bédoin. Al snel besluit ik in
bloot bovenlijf te vertrekken met slechts de band van de hartslagmeter om mijn
middel. Dit levert het voordeel op geen tepelpleisters te moeten aanbrengen en
spaart me het gebruik van vettige vaseline onder de armen. Ik smeer voor de
laatste maal de achillespezen, rug en knieën in met de paardegel van Omer. Dit
product wordt gebruikt voor de afkoeling van paarden na drafwedstrijden en heeft
een stimulerende werking op menselijke spieren. De massage ermee geeft me alvast
een rustig gevoel. Vandaag is de fontein in Bédoin de plek bij uitstek voor een
enthousiaste groep Vlamingen, die zich hebben voorgenomen een héél klein beetje
veroveraar te spelen op één van de Franse bergtoppen. Menig Fransman kijkt raar
op van de belangstelling dienaangaande. De laatste massage achteraan de wagen
wordt uitgebreid op foto en film vastgelegd alsook de laatste studie van de
stijgingspercentages van de klim. Ik neem stilaan afscheid van éénieder die zo
vroeg uit de veren is om de tocht naar de top te vergezellen. De eerste
volgwagen is bemand door Luc, Kris en Martine, die me zoals afgesproken om de 2
km van de nodige isotone drank zullen voorzien. In de tweede volgwagen nemen
Jean-Paul en Bea plaats. De derde is deze van de fiere voorzitter Fons met als
begeleider Huub. Beiden zijn van plan in een rustiger tempo te volgen. Zéér
rustig zeg maar, in vergelijking van hun snelheidsrecord van de heenreis naar
Bédoin van gisteren. Tenslotte volgen Yves en Tania, die er voorlopig nog niet
zijn. Ze logeren trouwens niet om het hoekje doch we hebben er een goed gevoel
bij dat ze ons snel zullen inhalen. Omer, Katrien, Yvan, Koen en Katrien
besluiten om 9.30 aan de klim te beginnen om zodoende samen aan te komen op de
top. Als je hun paradepaardjes van fietsen ziet, met uitzondering van deze van
Katrien, moet je er durven op te wedden dat het tijdsverschil van een half uur
belachelijk weinig is. Tijd zal raad brengen.
5 minuten voor 9, precies op schema, begeef ik me richting fontein op geen 5 meter van de parking. Hiervan wordt ik verhinderd door een volgwagen die een plaatselijke wielerkoers met groot vertoon aankondigt. Binnen enkele minuten wordt de plaats rond de fontein herschapen in een zee van blinkende fietsers. Deze vliegen tegen een zelden geziene snelheid het natte wegdek van het dorpje over. Zelf ontspring ik de dans door onmiddellijk de weg naar de Ventoux in te slaan. Weg startfoto aan de fontein. Wat met de volgwagens?
Eenmaal vertrokken op 299 meter boven zeeniveau, gaat de hartslagmeter rustig
de hoogte in en razen de eerste honderden meters in sneltempo voorbij.
Er is géén ontkomen meer aan, ik moet nu naar boven !!! Het stijgingsschema fris
in het geheugen leert me dat tot km 5 de helling niet van die aard is dat er
moet gekeken worden op een inspanning. Ik loop dan ook in stevig tempo de 2
eerste kilometers en laat het dorpje definitief achter me. Ondertussen zijn de
volgwagens komen aandraven en hebben Yves en Tania zich reeds bij het kleurrijk
gezelschap gevoegd. Hun decapotable maakt dat hun aanmoedigingen direct
overkomen.
Een eerste bevoorrading in zicht geeft me alvast de bevestiging dat de
organisatie ook gesmeerd loopt, doch wanneer ik effectief wil drinken bemerk ik
dat het eerste flesje isostar nog moervast zit. Dit door een intern stopje dat
niet is losgemaakt. Géén nood, nog geen 10m verder snelt Luc ter hulp met de
isotone drank die welgekomen is. We hebben ondertussen iets meer dan 55meter
hoogteverschil overbrugd. In de wetenschap dat over de totale klim 1618meter
dient te worden overbrugd is dit een peulschil. Doch wie het kleine niet eert.
Wat de weersomstandigheden betreft zitten we in een dichte mist, die aanvoelt
als fijne regen. Deze kleeft aan benen en bovenlichaam en zorgt zodoende voor
extra verfrissing. Bovendien is het vanaf het vertrek windstil. Het kan gewoon
niet beter!! Alléén spijtig dat we weinig niets van het landschap zien. Ik
probeer het me in te beelden wat het moet zijn bij helder weer.
In de beginfase wordt ik voorbij gestoken door een tweetal fietsers en een man op de mountainbike. 2 joggers die op weg zijn naar het dorpje Rassan vragen me dat ik tot Chalet Renard, een tussenstation op ongeveer 5 km van de top, ga. Ik antwoord zondermeer positief en laat hun achter me. Net voor het ingaan van het dorpje Ste Estève aan km6 loop ik een medelotgenoot voorbij en maak de afspraak dat we boven op mekaar zullen wachtten. Hij fluistert me toe zelf traag te vertrekken doch “comme un canon” de laatste kilometers te zullen overbruggen. We verlaten elkaar met de duim in de hoogte en stel me verder géén vragen over zijn tactiek.
Na de derde bevoorrading op een hoogte van 541meter, vraag ik, als afwijking op ons vooraf besproken schema, de drankbevoorrading aan per kilometer daar we nu het “massif des cédres” zijn ingelopen. Dit gedeelte van de run, over een afstand van ongeveer 9km, wordt door iedereen beschreven als de moeilijkste barrière. Tot en met Chalet Renard moet een hoogteverschil van 936 meter worden overbrugd. Dit stijgingspercentage van meer dan 10% met pieken tot 12% kwam slechts sporadisch voor op de Tourmalet en Aubisque. Zeker niet over een dergelijke afstand. Dus voorzichtigheid geboden!!
Ik ga er stilaan vanuit dat het tempo automatisch gaat dalen en de hartslag stijgen. Méér dan waarschijnlijk door de vele aanmoedigingen gaat de bewering slechts op voor wat de hartslag betreft. Deze daalt niet meer onder de 165.Geen ramp, hiervoor is de voorbereiding geweest. De bevoorrading om de kilometer gaat nu meestal gepaard met het afdrogen van aangezicht en borstkas en bovenbenen. De mist van daarnet is tussen de dichte bebossing weggebleven en heeft plaats gemaakt voor de eerste zonnestralen. Ze tonen een mooi schouwspel van licht en schaduw, dat voor de nodige afwisseling zorgt. Een aantal haarspeldbochten maken van deze lange eentonige weg werkelijk soms een kleine hel. Maar gesterkt door de niet aflatende aanmoedigingen wordt de kalvarietocht ervaren als een zegen. Ook de vergelijking met de moeilijke momenten tijdens de dodentocht, de mooie herinneringen aan mijn vader en andere familieleden en vrienden houden me makkelijk overeind.
Tijdens de laatste kilometers door het bos passer ik vervolgens Huub, die aan zijn ochtendwandeling is begonnen, de man op de mountainbike die blijkbaar zijn tempo niet kon aanhouden, een vrouw die al joggend tot aan het middenstation wil en een “echte fietser in maatpak” die zijn beste tijd heeft gehad. De omgevingsfactoren worden stilaan anders. De dichte bebossing moet wijken voor gesteente langs de weg en in de verte komt de kop van de reus, netjes in de zon, in zicht. Ondertussen volgt ook een Frans koppel met hun schoothondje de loop met hun wagen en moedigen ze me per kilometer verder aan. Hun hondje is blijkbaar bij het ingaan van de laatste kilometer van het bos zo enthousiast dat hij kost wat kost mee te voet naar boven wil en tracht zich vast te haken aan mijn achillespees. Dit wordt vakkundig door zijn baasje op het laatste moment verhinderd.
Zelf wordt ik gepasseerd door een nog montere fietser en blijf gedurende een korte tijd in zijn wiel hangen. Met Chalet Renard in zicht moet ik hem lossen. Zijn dit de eerste echte tekenen van vermoeidheid? We zijn ondertussen naar ik vermoed meer dan 1hr 30 onderweg en hebben reeds meer dan 15 km achter de rug. Hiervoor had ik op voorhand willen tekenen. Zou een tijd van 2hr15 zoals Jean-Paul had vooropgesteld zou dan toch haalbaar zijn? Stilaan maar zeker wil ik nu weten waar Martine en Narre enerzijds en de bende van Omer anderzijds zich zouden kunnen bevinden. Ik informeer me hierover bij de volgwagens, die me bevestigen nog niemand te hebben gezien. Psychologisch een opsteker natuurlijk!!
Ter hoogte van de grote parking aan het tussenstation, komen de eerste renners van de ons in Bédoin gepasseerde wielerkoers dalafwaarts. Adembenemende waaghalzerij. Met het verstand op nul en blik op oneindig passeert deze bende sportievelingen me richting Bédoin. Hopelijk dienen straks de hulpdiensten niet bij te springen. Hoewel de laatste 7 km minder stijl zijn, voel ik dit verschil nauwelijks. Wel ander positief nieuws : De gevreesde wind speelt ook vanaf hier géén parten. Ik durf bijna te beweren dat het op 1470 meter hoogte windstil is op de flanken van de Ventoux vandaag. Hoe dikwijls zou dit voorkomen?
Ik geef aan Martine en Luc te kennen vanaf heden minder vaak te zullen
drinken. Doch gebruik ik de bevoorrading nog wel om zweet en tranen af te
drogen. We lopen nu door een desolaat maanlandschap met bovenaan één enorme
roodwitte pilaar die het eindpunt aangeeft. Naar ik kan inschatten zijn er
slechts nog een 4tal bochten te gaan tot de top. De hartslag gaat terug met een
trapje omhoog en komt niet meer onder de 180. Ook het tempo van voor Chalet
Renard moet ik spijtig genoeg prijsgeven. Gelet op het dalende tempo hebben een
aantal volgers besloten een partijtje petanque te spelen onderweg. Wanneer ik
hen passeer, weet ik dat stilaan het beste uit mijn lichaam verdwenen is en dat
ik dit geen uur meer zal volhouden. Meer dan ooit begin ik me te concentreren op
het eindpunt. Pogingen om iets van het landschap in me op te nemen mislukken en
ook de aanmoedigingen van een eerder Engelssprekende dame dringen niet meer tot
me door. Alléén de boodschap van Jean-Paul, die aangeeft dat we net voorbij het
fameuze monument van Tommy Simpson waren gepasseerd, is het laatste positieve
wapenfeit dat me terug wat energie geeft. Ik besef nu wel dat het moeilijkste
achter de rug is en dat het nog slechts een kwestie is van niet stil te vallen.
De hartslagmeter wijst naar 185, wat te hoog is!! Zeker voor mijn leeftijd.
Met verbazing loop ik de laatste kilometer nog een stilgevallen jogger
voorbij met de woorden “a chacun son rythme monsieur” en sleep me voort tot aan
de laatste bocht. Ik hoor nu de aanmoedigingen vlak boven me, wat me doet
vermoeden dat na de bocht het doel is bereikt. En ja, dat is zo!!!!
Doch voor alle zekerheid loop ik de aanmoedigers voorbij en stop slechts voor
het bord “Mont Ventoux 1917”. Klus geklaard in 2hr18min40sec.
De gemeende felicitaties en omhelzingen vlak na de aankomst, waaronder als eerste deze van Martine, zal ik nooit vergeten. Deze zullen gegrift blijven in mijn geheugen, alsook de gedachte aan de inzet van vele anderen die er wegens omstandigheden niet konden bijzijn. Alvast een hartelijke dank iedereen die steeds heeft geloofd in de goede afloop van ons opzet. Laat dit verhaal dan ook een startpunt wezen voor velen die zich geroepen voelen zichzelf uit te dagen en er zodoende ook anderen gelukkig mee willen maken.
De “aanloop” naar de Ventoux
Op
07/08/2006 vertrokken voor een weldoende vakantie naar Spanje met uiteraard een
sporttasje mee om daar te trainen. Maar vooral met één doel: mijn verlof
afsluiten met een halve marathon richting de top van de Ventoux. Alles zou
enigszins afhangen van het weer en dat…..wisten we pas op 22/08/2006 bij
aankomst in Malaucène. Ik heb enkele van jouw raadgevingen goed in men oortjes
geknoopt zoals we in België zeggen.
De vertrekplaats
Bij aankomst op dinsdag 22/08/2006 rond 17uur in Malaucène was het stralend
weer. Beneden in het dorpje een kleine dertig graden en geen wolkje te
bespeuren. Net zoals ik het graag heb, zonnig en warm. Hardlopen lukt me pas
echt goed wanneer het warm en zonnig is dus voor mij bestaat er geen twijfel,
morgen wordt er gestart. Nog even een verblijfplaats zoeken en dan hop,….
verkenning van de kale berg. Rond 19.30uur rijden we met de auto ,het
hoogteprofiel in de hand naar boven. Nog even de bevoorrading - en foto punten
bespreken en in mijn geval vooral het parcours met het oog verkennen. Boven op
de top toegekomen rond 20.30uur, een felle wind en maar 14 graden. Mmmm besluipt
me daar toch enige angst en twijfel??? Nee, de beslissing is genomen, om 11u zal
het startschot worden gegeven. Terug beneden aangekomen in Malaucène nemen we
alles nog even door en worden de lege drinkbussen reeds klaar gezet.. Om 23.30
uur het bedje in en dromen van de grote dag, mijn grote dag,…..
De grote dag
24 augustus, om 8 u uit de veren en genieten van een ontbijtje. Simpel maar
prima verzorgd, een ideale start voor een zware dag. Nog even wat slenteren op
de gezellige markt net voor ons hotel en daarna drinkbussen vullen, loopkledij
aan en naar de startplaats. De laatste smsjes vertrekken naar het thuisfront en
om 11.04 uur beginnen we eraan. Het eerste stuk gaat gestaag naar boven net
zoals de temperatuur voel ik. Voor mij is het ideaal loopweer, een 24 graden en
geen wolkje aan de lucht. Zelfs geen zuchtje wind, en dat op weg naar de top. De
eerste kilometers verlopen prima en op kilometer 4 heb ik reeds een eerste
fietser te pakken. Zo gaat het goed. Onderweg vele aanmoedigingen van dalende
auto’s maar ook van klimmende fietsers die me spontaan hun drinkbus aanbieden en
me “ bon courage” wensen. Zoveel mentale steun, dit mag niet misgaan. Voor ik
het goed en wel besef duiken de geel-zwarte palen op aan de zijkant van de weg.
Voor mij het signaal dat het meeste steile stuk eraan komt. Zweten en puffen en
tussen kilometer 12 en 16 even een lastige periode. “Doorbijten, het gaat goed”
hoor ik op elke bevoorradingspost. Inderdaad het gaat weer beter en daar duikt
“de chalet” al op. De laatste 6 kilometer breken aan, de meest lastige van het
hele pak. Nu wordt het alles of niets! Ik voel dat ik nog wat over heb en het
wordt dus een alles. Regelmatig nog een zwalpende fietser voor bij “crossen” en
nog steeds vele aanmoedigingen van sportende medemensen.
Daar duikt hij plots op links van me de top, de toren, het eindpunt. Er komen vleugeltjes, niet te geloven, ik ga het halen. Boven op de top wacht me een hartelijke ontvangst! Ik heb het gehaald ongelofelijk. Mijn tijd: 2u32min. Op precies 13.36uur sta ik er!!! Dit is genieten, meer dan genieten zelfs. Nog even wat foto’s met het befaamde bord van de Ventoux en dan weer naar beneden, nagenietend van een onvergetelijke dag.
p.s.:
Op 10 september 2006 mag je me trouwens verwachten op de 25km tijdens de
Mergellandmarathon.
Bedankt voor je tips en sportieve groeten,
Kim.Pittevils
Groetjes, Jan Damen
Ventoux Loop- en fietsverhaal (Paul Jehoul)
Na drie weken in Spanje op een luxueuze camping (daar kunnen de Fransen nog wat
van leren!) te hebben vertoefd met een bevriend koppel (weinig gelezen, beetje
getraind, veel gelachen en gezopen), zijn we samen nog een weekje naar Malaucene
gereisd. Inderdaad, aan de voet van de Ventoux. Vriend Frank (ongetraind maar
wel een carbon racefiets van ruim 3000 euro) had het gestoorde idee opgevat om
de zogeheten 'Cinglé' te doen; dat betekent dat je de kale berg op één dag van
alle drie de kanten moet beklimmen. Je wordt dan geregistreerd als cinglé
(=malloot) op de website www.dekaleberg.nl
Ik was van plan om te berg al hardlopend te lijf te gaan en heb lang in twijfel
gelegen of ik dat zou doen, of met hem zou gaan fietsen.
Uiteindelijk heb ik de dag voordat de fietstocht gepland stond vrij impulsief mijn hardloopschoenen aangetrokken en ben - op het heetst van de dag! - beginnen lopen met het idee: 'kijken waar het schip strandt'. Frank ging mee met de fiets om 'alvast te verkennen'. Het liep van in het begin best lekker. De hitte viel eigenlijk mee omdat er veel schaduw is in het begin en aan een rustig tempo van ongeveer 8 km per uur (afhankelijk van het hellingspercentage) taffelde ik rustig naar boven. Ongeveer halverwege begon ik in te zien dat het wel eens kon gaan lukken en besloot ik ervoor te gaan. Enige probleem: ik had geen drankvoorraad. Frank had echter 'genoeg verkend' en keerde om om tegen zo'n tachtig per uur naar beneden te suizen, de auto met een flinke voorraad cola en water op te halen en mij samen met mijn zoontje Yannick te begeleiden naar de top. Het werd een erg leuke ervaring. Zwaar was het zeker. De laatste zes kilometer was het werkwoord strompelen op sommige hellingspercentages meer van toepassing dan hardlopen, maar de verleiding om te gaan wandelen (toch een heel andere lichaamshouding) heb ik tot boven kunnen weerstaan. Enorm stimulerend was Yannick die af en toe uitstapte en enkele honderden meters aanmoedigend met me meeliep. De laatste honderden meters nog even alles eruit geperst (de euforie stuwt je dan vanzelf omhoog) en de finishlijn mogen passeren onder vele verbaasde en ongelovige gezichten. Ook veel aanmoedigingen onderweg (‘bonne courage!!’) van Fransen die niet meer opkijken van de vele fietsers maar een hardloper toch als een opvallend verschijnsel beschouwen. Ik heb ook niemand anders omhoog zien lopen; iedereen neemt als vanzelfsprekend de fiets. Terwijl bij een hellingpercentage van boven de negen procent mijns inziens een fiets alleen maar als ballast fungeert. Mijn tijd: twee uur en veertig minuten wat een gemiddelde is van ongeveer acht per uur. Het had wellicht een kwartiertje sneller gekund omdat ik zo voorzichtig vertrokken ben, maar dat is iets om een volgende keer te ondervinden. De bovenbenen waren weliswaar wat verzuurd, maar zeker niet zoals na de marathon.
De dag daarna ben ik dan ook vol goede moed met Frank aan de cinglé begonnen. Eerlijk is eerlijk: ik had achter een 28-tandwiel laten monteren, dus dat was een welkome verlichting waar ik veel gebruik van gemaakt heb. Bij Frank blijven was moeilijk omdat zijn tempo logischerwijze een stuk lager lag; kan ook niet anders natuurlijk als je vijftien kilo te zwaar bent, niet getraind hebt en ik toch mijn hardlopersconditie heb. Op drie punten onderweg heb ik hem opgewacht en samen waren we na twee uur en een kwartier via Malaucene naar boven gefietst. Ik had relatief weinig last van het lopen van de dag ervoor en na een spannende en razende afdaling (wie durft het hardst?) richting Bedoin, en een stevige spaghetti weer langs die kant omhoog. Ondertussen waren de vrouwen en kinderen met de auto in Bedoin aangekomen om ons bij de tweede klim naar boven te begeleiden. Een bijzondere verrassing: ze hadden de voorbije weken, zonder dat wij er iets van gemerkt hadden (maar dat was ook niet zo lastig gezien onze vele gezamenlijke bezoekjes aan het campingterras), spandoeken en allerlei aanmoedigingsattributen gemaakt zoals toeters en gieters met water. Dat maakte natuurlijk dat opgeven uit den boze was; de kids na al die inspanningen nog teleurstellen door af te stappen zou een vorm van kindermishandeling geweest zijn. Doordat ik niet meer op Frank heb gewacht (hij was inmiddels overgestapt op de mountainbike en trapte daardoor wel erg klein...) heb ik de tweede klim vijf minuten sneller kunnen volbrengen. Nogmaals: zonder het 28 tandwiel was het niet meer gelukt zonder afstappen. De genoegdoening over mijn eigen prestatie werd overheersd door de bewondering voor Frank, die (ik kon vanaf de top met de verrekijker zijn laatste kilometers mooi volgen) ontzettend kapot ging maar weigerde op te geven. Hij heeft een veel grotere prestatie neergezet dan ik; velen zouden al lang een dikke middenvinger naar die k**berg hebben uitgestoken en aan de verleiding hebben toegegeven door om te draaien. Boven hadden de kids nog een heuse zelfgeknutselde lauwerenkrans als laatste verrassing. Ook Frank nam hem opgelucht in ontvangst, om vervolgens doodleuk een sigaret op te steken met de woorden 'ahhh, dat werd tijd...!'. Hij was echter zo kapot dat de laatste klim vanuit Sault er niet meer inzat. Ik was er ook niet rouwig om. We zijn weer via Malaucene naar beneden gezoefd (max. snelheid op de fietscomputer: 86 km/u!), hebben ons voor de tent neergegooid en in combinatie met een heerlijke bbq alle voorraad bier en cotes du ventoux soldaat gemaakt. Kortom, een heerlijke dag! Zo eentje die je nooit meer vergeet.
Paul Jehoul